Dat lekkere rode spul

Beste lieve Sandra. Hier ’n potje sap voor jullie. Voor jou is het misschien wel ’n beetje zoet, je kent oma hè. De suikerzak erboven en die schiet nog wel eens uit. Vanmorgen heb ik er nog ’n beetje gemaakt. Dat ging finaal de mist in. Bijna aan de kook dacht ik ineens: ik moet nog een potje meegeven. Al dat lekkere rode spul over het gasstel, ’n zachte vloek, dat ken je wel. Toen deed ik ’t in ’n potje. Ik zette of wilde ’t ondersteboven zetten, had ik ’t niet goed dicht. Al m’n kostbare sap dreef over het aanrecht. Maar goed, verder gaat het goed hoor, niemand die het nog ziet. Oma’ 
 
Aan dit dierbare kattenbelletje (eerder gebruikt vanwege die zachte vloek) moest ik denken toen kleine L mopperde over de jam uit de supermarkt. Ik vond haar in eerste instantie een beetje een verwend, snorrig kind, maar herinnerde me al snel met enige schaamte dat ik zelf ook zo’n verwend kind was. En ben. Ook ik at als kind nooit jam uit de supermarkt dankzij mijn oma met haar fruittuin. Tot op hoge leeftijd maakte ze sappen en jams van haar aardbeien, frambozen en bramen, al ging het blijkbaar ook weleens mis. In mijn studentenhuis werden foute grappen gemaakt over ‘oma’s sapje’, maar mijn huisgenoten wilden toch wel graag een lepel in de yoghurt. En elke keer als ik voor mijn oma kookte, zij haar verhalen over vroeger vertelde en we stiekem een klein flesje wijn deelden, stond er een potje klaar om mee te nemen – hoogstpersoonlijk door oma uit de kelder gehaald met dat oude lijf.  
 
In de zomer dat ze overleed, zeventien jaar geleden, was ik in Indonesië voor een bruiloft, waar ik besloot te blijven omdat we het bij leven zo goed hadden gehad, al heel vaak afscheid genomen hadden alsof het de laatste keer zou kunnen zijn en oma niet had gewild dat ik terug zou komen. Daar probeerden mijn moeder en tantes me althans van te overtuigen. Met succes – ik bezocht op de dag van de uitvaart heel veel tempels, was in gedachten bij haar en mijn familie en heb er een mooie reis van gemaakt. 
 
Toen ik terugkwam wist ik echter niet hoe snel ik naar mijn moeder moest gaan om alles te horen over de uitvaart en om herinneringen op te halen. De buurvrouw had net emmers vol rijpe pruimen gebracht die snel verwerkt moesten worden. Dus ik bleef een paar dagen en helemaal in de geest van oma waren we al die tijd bezig met het koken van jam, het bakken van taart en het verwerken van ons verlies. 
 
En sindsdien maak ik mijn eigen jam. Dus onze dochter groeit, net als ik vroeger, verwend op met verse jam, want dat zelfgemaakte lekkere rode spul is écht veel lekkerder dan de jam uit de supermarkt. Dus hop! Potjes steriliseren, fruit kopen (diepvries in dit seizoen), schortje voor, oma in gedachten en aan de slag. Het eerste potje was na een dag al half leeg leeg. Dankjewel lieve oma! 

Aardbeienjam met basilicum 

1 kg aardbeien 

750 gr suiker 

Sap van 1,5 citroen 

Klein bosje basilicum, gehakt 

4 gesteriliseerde potten 

Meng de aardbeien voorzichtig met suiker en citroensap in de pan waarin je de jam gaat maken en laat een uur of vier afgedekt staan. Zet een klein schoteltje in de koelkast.  

Roer alles na vier uur nog eens voorzichtig door (de suiker zal voor een groot deel opgelost zijn) en voeg dan basilicum toe. Breng al roerend aan de kook en laat, terwijl je regelmatig blijft roeren, koken totdat je de consistentie goed vindt. Ik vind de jam goed na ongeveer 25 minuten, maar ik houd van jam die niet al te stijf is. Check de vloeibaarheid door een klein beetje jam op het koude schoteltje te scheppen en kijk, voel en proef. 

Als je tevreden bent, schep je de jam over in de gesteriliseerde potten. Zorg dat de randen goed schoon zijn, schroef het deksel erop en zet de pot ondersteboven. Als de jam is afgekoeld, mag de pot weer rechtop en kan hij een jaartje bewaard worden. Maar zo lang redt hij het niet hoor. Lekker op brood, als vulling voor een klassieke Victoria sponge met wat botercrème of bij verse scones met clotted cream.  

4 reacties

Geef een reactie op Mc Pelle Reactie annuleren