We hadden helemaal geen plannen gemaakt voor kerst – eerst maar eens afwachten wat de uitslag van die coronatest zou zijn. Dus toen die negatief bleek, moest ik nog beginnen met nadenken over eten tijdens de feestdagen. Ik pakte mijn boeken er eens bij, zette thee en wilde er een peertje bij schillen – een mooie kleine uit de groentetas. Keihard! En hij lag al een week op de schaal! Toen pas begon het me te dagen: stoofpeertjes. Dat hoort natuurlijk echt bij de feestdagen.
Stoofperen zijn zo heerlijk ouderwets en huiselijk en toch feestelijk. Mijn ouders maakten ze vaak bij het kerstdiner en in het restaurant deden we dat ook bij het wintermenu. Ze kunnen echt heerlijk zijn, goed kruidig en zacht en ze kunnen echt vreselijk zijn, artificieel rood, snotterig en smakeloos. Stoofperen dus, daar zou ik iets mee gaan doen. Ik had bovendien ook nog steeds wat van die lekkere Agen pruimen die op moesten. Nu wilde ik tijdens de feestdagen eens niet aankomen met wild of een ander groot vleesstuk en stoofpeertjes bij een vegetarisch gerecht of bij vis leek me niks. Dessert dan maar.
Tijdens het eerste boodschappenrondje na afloop van zijn isolatie kwam echtgenoot J. heel lief aanzetten met een stapeltje tijdschriften. Voor mij had hij een delicious. meegenomen, waarin ik iets had gelezen over in port gestoofde pruimen en druiven; in een boek van Frances Mayes, dat niet eens een kookboek is maar wel een kleine fijne verzameling recepturen heeft, worden peren met krenten erg lekker gestoofd in Vino nobile di Montepulciano; Sarah Raven pocheert er fijn op los met veel specerijen en in het oude Margriet kookboek van mijn oma wordt er, weer heel anders, azijn en bessensap aan het kookvocht toegevoegd. Genoeg in mijn hoofd en in mijn boekenkast om aan de slag te gaan.
Het koken van het fruit was al een feest. Die geur die in huis hing! Die specerijen die zo mooi opzwollen! Die diepe kleuren! Het fruit serveerde ik eerst als onderdeel van een diner bij een blauwe kaas en een paar dagen later bij een bol vers gedraaid yoghurtijs. Het kookvocht kookte ik bij dat laatste gerecht wat in – helaas iets te ver omdat echtgenoot J. me verleidde tot een dansje door de kamer, nooit doen tijdens het koken! – maar het kon nog. De ochtend erna gingen de restjes op bij de wentelteefjes met kaneel en vanille. No waste, en alles paste zo mooi en het was allemaal zo heerlijk. Werkelijk feestelijk fruit!

Peren en pruimen in port
5 stoofperen
12 gedroogde (Ajen) pruimen
zest en sap van een halve citroen
10 kruidnagelen
2 kaneelstokjes
4 steranijzen
10 geplette kardemompeulen
50 gr suiker
300 ml port
200 ml water
Doe alle ingrediënten behalve de pruimen en de peren in een pan en laat de suiker op laag vuur oplossen en de smaken intrekken. Schil ondertussen de peren, vierendeel ze en haal het klokhuis eruit. Voeg dan de peren en pruimen toe aan het kookvocht (zorg dat ze onder staan!) en laat zonder deksel zachtjes koken tot de peren gaar zijn. Dat kun je testen door er een scherp mesje in te steken. Mijn kleine peertjes waren in 20 minuten gaar, maar ik vind het erg afhankelijk van de dikte en het ras, dus test af en toe gewoon. Lekker dus bij (blauwe) kaas of een zoet dessert (romig ijs of iets met chocolade bijvoorbeeld). Kook in het laatste geval het vocht in tot een mooi saus. Je kunt ze wel enkele dagen in de koelkast bewaren. Eet lekker!





