De quarantaine gaat hier onverminderd verder, althans voor kleine L. en mij. Donderdagavond was echtgenoot J. 24 uur klachtenvrij en we onthaalden hem met heel veel knuffels, een lekker maal en een goede fles. Bijna jubelend wandelde hij gisteren naar onze lokale koffieman (die mopperde dat iedereen denkt dat hij dicht is) en voor het eerst in tien dagen kookte hij – lekker en met aandacht.
Niet dat ik er veel van proefde, want vorige week hield ik ineens op met ruiken en proeven. Ik schrok me rot, hing boven het potje lapsang souchong thee, het blikje met kruidnagels, boven sinaasappelschillen, rozen, versgemalen koffie, een warme appeltaart en de wc. Mijn huisgenoten vertelden me dat het eten lekker was en dat het huis naar appeltaart rook. Ik rook het echt niet. Hoe bevreemdend het ook was, ik merkte wel dat ik kon genieten van de structuur van mijn appeltaart; het knapperige van het havermoutdeeg en de noten naast het zachte van de appels en de krenten. Mandarijn, altijd al lekker, werd extra interessant door het knapperige van het velletje, het ‘splashen’ van de zachtere binnenkant, de vlezige structuur en het mondsamentrekkende zuur dat ik wel waar kon nemen. En zo proefde ik alles, me heel bewust van het mondgevoel – wat best interessant was – maar toch hing ik elke dag bewust boven allerlei potjes specerijen en de pannen op het vuur, speurend naar een beetje geur.
Zo maakte ik er toch nog iets van, al was ik ook heus een beetje bang dat ik de snuifdoos samen met mijn wijncursus aan de wilgen zou kunnen hangen. Ik las over reuktraining: dagelijks bewust ruiken en dan specifiek aan eucalyptus, citroen, kruidnagel en roos. Lang leve mijn specerijenkast en de snuifdoos! En, jawel, sinds twee dagen neem ik weer een beetje geur waar. ‘IK RUIK KRUIDNAGEL’ schalde het door het huis. Lang niet zo sterk als normaal, maar ik rook het. Ontegenzeggelijk.
Meteen besloot ik om een deeg voor Leckerlis te maken van de mooie pot kastanjehoning die we uit Italië mee brachten en van de quatre épices uit Frankrijk. Het deeg voor dit adventbaksel moet enkele dagen rusten en dan bak ik het. Ik rook een vleugje warme honing en specerijen toen ik het deeg bereidde en ik verheug me nu al op de geur als het straks in de oven staat en op de smaak als het er weer uit komt. Nu nog even duimen dat ik dan iets meer ruik dan dat vleugje van nu.
Op zoek naar een gerecht met interessante structuren (én op verzoek van echtgenoot J. én omdat de koelkast vol lag met seizoensgroenten) maakte ik een risotto met pompoen, paddenstoelen, spek, ui en hazelnoten. Iedere hap was spannend door het zalvige, romige van de risotto, het knapperige van de noten en de heel verschillende zachte structuren van de groenten. Mijn huisgenoten smulden van de smaak. Gelukkig heb ik een goed olfactorisch en gustatief geheugen. Ik genoot op mijn manier.
Risotto met pompoen dus. Gebruik verse kruiden als je ze hebt, dat is echt het lekkerst. Laat de spekjes weg als je liever vegetarisch eet. In dat geval zou ik er wat gedroogde porcini en verschillende soorten paddenstoelen aan toevoegen om wat umami en een wat vlezige textuur toe te voegen. Een groene sla en brood is er lekker bij. Deze hoeveelheid is een ruime portie voor twee volwassenen en een klein drietje. En vergeet tijdens de bereiding ervan niet om regelmatig te snuiven boven de pannen!

Risotto met pompoen
200 gr arborio rijst
400 gr pompoen, in blokjes
200 gr paddenstoelen, gesneden
1 liter bouillon
100 gr spek, in blokjes of reepjes
1 ui, in ringen
2 tenen knoflook, gesnipperd
1 tl gehakte tijm
1 tl gehakte salie
1 tl gehakte rozemarijn
50 gr hazelnoten, gehakt, liefst ontveld
60 gr parmezaan, geraspt
Olijfolie
Een scheut witte wijn
Peper en zout
Citroensap
Begin met het ontvellen van de hazelnoten, als ze dat niet al zijn. Rooster ze in de oven op 190°C gedurende 8 minuten. Leg ze dan op een theedoek en wrijf de velletjes eraf. Hak de ontvelde noten grof in een vijzel.
Bak het spek rustig uit in een ruime bakpan. Bereid ondertussen alle groenten voor en zet een liter hete bouillon klaar in een pannetje op laag vuur. Als het spek gaar is, schep het er dan uit met zo min mogelijk vet en zet weg. Bak de helft van de ui en alle paddenstoelen, pompoen en kruiden op middelhoog vuur in het spekvet in dezelfde pan.
Pak een derde pan voor de risotto, verhit er wat olie in en smoor de andere helft van de ui en de knoflook. Voeg, als dat glazig is, de rijst toe en roer tot alle korrels een glanzend laagje hebben. Schenk er dan een goede scheut witte wijn bij en roer tot het is opgenomen. Voeg vervolgens soeplepel voor soeplepel de bouillon toe en roer tussendoor regelmatig. Ga zo ongeveer 20 minuten door.
Roer ondertussen ook regelmatig in de pan met groenten: het mag gaar worden met een beetje kleur, maar als het te hard gaat, zet het vuur dan lager. Als de risotto bijna gaar is (check dit gewoon door een theelepeltje te proeven), breng je de groenten op smaak met peper, zout en wat citroensap. Roer in de pan of in een schaal de risotto met de parmezaan stevig door elkaar. Roer er dan rustig de groenten, spekjes en hazelnoten doorheen. Serveer meteen en eet lekker!
