Met documenteren wat ik doe in de keuken startte ik toen ik studeerde, dus ik heb inmiddels een hele verzameling opgebouwd. Ik ben gek op boekjes, bakjes en lijstjes en documenteer vrij fanatiek wat ik maak, op verschillende manieren: ik verzamel losse recepten, maak notities in de kookboeken die ik gebruik, houd sinds 2011 een eetdagboek bij, bewaar mijn aantekeningen van ideeën voor diners en documenteer het menu van uitgebreide diners. Tot slot maak ik vaak proefnotitities van de wijnen die ik drink, maar dat heet studeren of ‘nat huiswerk’ :). Toen ik Taalwetenschap studeerde noemde mijn broertje me een taalidioot en misschien ben ik inmiddels wel een kookidioot. Joop Braakhekke noemde zichzelf een kookgek, Julian Barnes noemde zichzelf een wijsneus in de keuken. Dat laatste spreekt me wel aan geloof ik.
Toen ik een tijdje in het restaurant werkte, realiseerde ik me dat ik de recepturen die ik vaak maakte uit mijn hoofd wist. Ik kocht een kaartensysteem bij de HEMA en krabbelde neer wat ik me kon herinneren. Ik had toen uiteraard geen idee dat ik datzelfde systeem 25 jaar later nog altijd zou gebruiken. Ik struin er nog altijd graag doorheen en raak altijd weer geïnspireerd, herinner me hilarische avonden met mijn huisgenoten terwijl we de ‘tomaten-tortellinisoep met pesto’ aten (best hip in de jaren ’90) met goedkoop stokbrood en de goedkoopste kruidenkaas erbij, de mokkapudding van mijn oma die mijn toen tweejarige zusje met grote happen naar binnen werkte of de drie taarten die ik probeerde te bakken in een gasoven die alleen aan en uit kon en een deur had die niet sloot. In de tussenliggende jaren heb ik wel zes keer de categorieën veranderd, heb ik recepten verwijderd die ik nooit maakte of recepten waarvan ik inmiddels een veel betere versie had, maar ik heb er ook bewust kaartjes in gelaten van gerechten die ik nooit meer maak, maar die ik bewaar uit nostalgie. Ik verzamelde van alles en deed ideeën op in het restaurant waar ik werkte, in kooktijdschriften, bij mijn moeder, in kookboeken die ik ergens las, bij vrienden, in het studentenhuis, in restaurants waar ik at, in mijn eigen keuken als ik weer eens iets nieuws verzonnen had. Kleine L. zei vandaag, toen ze iets uit had geprobeerd dat niet bleek te werken: ‘Jammer zeg, maar toch goed dat ik het geprobeerd heb, want alleen zo ontdek je of het werkt. Dat doe jij toch ook altijd, mama?’ En zo is het maar net.
Ik heb vier bakjes – een klassiek doosje (een klein Bols-kistje, beschilderd door een oude vriend) met heel klassieke categorieën zoals vis, vlees, rijst/pasta/aardappel en soep. Een heel doosje gaat op aan zoet gebak: koekjes, taart/cake fruit, taart/cake chocolade etc., tatin. Bijna een heel doosje gaat over desserts: fruit, chocolade etc., ijs/granita, soep/saus/drank en achterin is er een categorie die ik ‘smaakmakers en kaas’ heb genoemd, met recepten voor bijvoorbeeld azijn, gekonfijte knoflook, kruidenmengsels, marinades, labneh en hooizout (niet lekker!). Het laatste bakje is gewijd aan vegetarische gerechten, quiches, broden en entrees/tapas. Tussen de gerechten door staan ook kaartjes met praktische informatie die ik ooit ergens las of oppikte, zoals een tabelletje met kerntemperaturen of het verschil tussen bakpoeder en bicarbonaat en wanneer je wat gebruikt.
Als ik een diner of buffet voorbereid, schrijf ik alle ideeën op in een boekje met werkaantekeningen en dat boekje gebruik ik ook om zo’n diner te plannen en bijvoorbeeld om af te strepen wat klaar is. Ik lees er graag in om op ideeën te komen of als ik iets wil maken waarvan ik weet dat ik er al eens over heb nagedacht. Na afloop van een diner schrijf ik in een ander boekje alle gerechten, inclusief de locatie van de receptuur en de hoeveelheden en vaak ook de wijnen. Ook daar lees ik graag in. En dan heb ik zelfs nog een apart boekje met alle menu’s van de diner chantant avonden. En ja, ook daar lees ik graag in. Ik heb een boekje om aantekeningen te maken tijdens de wijncursus en om spreekbeurten in voor te bereiden en een wine journal om proefnotities te maken. Mijn verzameling boekjes is inderdaad inmiddels best groot. Heerlijk tuttig.
Als ik een recept gebruik, komt het zelden voor dat ik het precies zo maak als het er staat. Als ik een recept lees, heb ik altijd meteen ideeën over wat ik anders zou doen, omdat me dat lekkerder lijkt of om pragmatische redenen zoals het ontbreken van een ingrediënt. Vaak maak ik snelle aantekeningen tijdens het koken en na afloop loop ik soms nog eens rustig een recept door om aanpassingen te maken. Vaak schrijf ik erbij wat ik ervan vond en altijd praktische informatie, zoals in welke ovenschaal het past, hoeveel mini-cupcakes er uit één recept gaan en wat een dag van tevoren al te bereiden is. Ook dat is vreselijk tuttig, maar het werkt voor mij. En bladerend door mijn kookboeken herinner ik me weer wanneer ik het at en met wie en hoe gezellig dat was. Of hoe ongezellig. Net een dagboek.
En over dagboeken – in 2011 was ik bij mrs. Elegance en zoals gewoonlijk hadden we weer het hele weekend in de keuken gestaan. We maakten onder andere koekjes met chocolade en pistache, truffels met grand marnier, een salade van geroosterde tomaten en een zalm en croûte. Op de terugweg realiseerde ik me dat ik van die hele maand nog wist wat ik gegeten had. Ter plekke schreef ik het op en ik vond het zo leuk om al die heerlijkheden onder elkaar te zien dat ik besloot een eetdagboekje bij te gaan houden. En dat doe ik nog altijd. De Onsnorrige gaf me enkele jaren geleden een Five year culinary memory book en dat is extra leuk. Zo lees ik terug wat ik twee jaar geleden op die datum at, denk ik terug aan leuke avonden, zie ik trends in ons eten (steeds minder vlees, J’s lievelingsgerecht van dat moment dat we dan maanden achter elkaar wekelijks eten) en raak ik weer geïnspireerd.
Laatst speelde ik met een groep pubers een spel waarbij de anderen jouw raarste hobby via slimme vragen moesten weten te achterhalen. Een eetdagboek bijhouden vonden ze inderdaad héél raar. Maar als je nou, net als ik, van koken en dineren houdt én van lijstjes en boekjes én een beetje neurotisch-nostalgisch bent, doe het dan gewoon, dat documenteren. Het is – hoe tuttig ook – echt leuk.


Een wijzige wijnneus ben je!
En een snobkokje…
Maar bovenal lieve Sannie
Snobkokje, wat een goede! Die titel draag ik met genoegen 🙂