Pitsa

Mijn eerste kookboek kreeg ik toen ik een jaar of tien was, het kookboek van het Kinderkookkafé. Samen met mrs. Elegance richtte ik een geheime club op: we hadden een clubkaart (Twee meisjes bij een appelboom van Munch), een clubhuis (op zolder, lekker warm tussen de winterjassen en de CV-ketel) en clubactiviteiten (knutselen en koken). En dus gingen we op woensdagmiddag de keuken in, kookboek in de hand, want we wilden wel eens iets anders maken dan koekjes of cupcakes (die toen nog gewoon cakejes heetten). Een Japans, Marokkaans of Turks menu vonden ik als Brabantse meisje wel heel exotisch, maar een pizzamenu durfden we wel aan. We deden het heel keurig: eerst de pizzasaus (want er stond dat die lang moest pruttelen), vervolgens het pizzadeeg (want er stond dat dit moest rijzen in een bak warm water) en tenslotte de zwierige sla. We zijn meer dan dertig jaar verder, mrs. Elegance en ik, maar we staan nog altijd vaak samen in de keuken, sinds een paar jaar ook regelmatig met kleine L. erbij. Die mocht vandaag zeggen wat ze wilde maken, maar ze schreef het liever even op: pitsa. Ze wilde ook heel graag naar een moeseejm.

Sinds een jaar of zes maken we pizza in onze oranje Ferrari: een elektrisch oventje dat heel heet wordt, met boven- en onderwarmte en zo’n steen. Meestal hangt echtgenoot J. de pizzabakker uit, maar vandaag deden kleine L. en ik dat. Het deeg maak ik graag zelf, gewoon met bloem en gist, liefst verse gist maar gedroogde werkt ook. Rijzen in een bak warm water klinkt heel vreemd, ik kan het me niet voorstellen dat we dat destijds deden. Nu heb ik een oven met rijsfunctie, maar voordat ik die had, zette ik het deeg naast de CV-ketel, in de badkamer als de droger aan stond of bij de verwarming. Als ik de oven nodig heb voor iets anders, zoals vandaag, doe ik dat overigens nog steeds. Mijn moeder zet deeg op een zonnig plekje achter een raam en je kunt het deeg zelfs in de koelkast laten rijzen als je de tijd hebt. Als het maar niet op de tocht staat en afgedekt is zodat het niet uitdroogt. Grote supermarkten verkopen overigens een kant-en-klaar mix voor pizzadeeg dat nauwelijks hoeft te rijzen – handig voor als je weinig tijd hebt. Verder houd ik van dun uitgerolde, knapperige pizza’s die niet te rijkelijk belegd zijn. Dat gaat minder gemakkelijk in een gewone oven, maar dat deed ik in de pre-Ferrari-tijd ook gewoon. De restjes saus en groenten verwerk ik de dag erna in een pasta of soep en van het deeg (dat ik afgedekt in de koelkast bewaar) maak ik vlechtbroodjes voor het ontbijt. De saus kun je overigens ook nog wel een weekje in de koelkast bewaren of invriezen.

Als echtgenoot J. pizza’s maakt is het vaak een eclectische mix and match en hij spoort altijd iedereen aan om zijn eigen pizza te komen bakken. De tafel staat dan gezellig vol met kommetjes saus, groenten, kaas, olijven, vlees of vis. Alles wat je lekker vindt kan er dus op. Vandaag maakte ik twee soorten pizza, geïnspireerd door een boekje van Pete Evans: een witte en een rode. Ik schrijf gewoon maar op wat ik deed. Het was genoeg voor ons drieën. En het was lekker.

Pitsa

Deeg

225 gr bloem

0,5 el suiker

1 tl gedroogde gist (of 12 gr verse)

Ruim 1 dl lauw water

225 gr bloem

0,25 tl zout

1,5 el olijfolie

Rode saus

Blik gepelde tomaten

0,25 tl zout

1 tl gedroogde oregano

Een paar draaien peper

Als je dat lekker vindt, kan er ook nog knoflook, verse basilicum en een scheut olijfolie doorheen

Witte saus

1 el gepofte knoflook (uitleg volgt)

100 gr Ricotta

En verder

Mozzarella, grof geraspt

Parmezaan, fijn geraspt

Een bol knoflook

100 gr gehakt

0,25 tl chilivlokken

0,25 tl venkelzaad

0,25 tl zout

Twee kleine aardappelen

Handje rozemarijn

Blikje ansjovis

200 gr spinazie

Verse basilicum

Olijfolie

Peper en zout

Er volgen nu veel kortdurende handelingen. De tijd die het deeg nodig heeft om te rijzen, kun je mooi benutten om de rest voor te bereiden. Werk alles rustig af en doe wat klaar is alvast in een kommetje en zet het op tafel (of in de koelkast als het nog even duurt voordat je gaat eten). Zo verzamel je gestaag alle benodigdheden.

Verwarm de oven voor op 180 ºC. Begin met het deeg. Doe suiker, gist en de helft van het water in een kommetje, roer even door en zet weg op een tochtvrije plek. Als het gaat werken, is het goed: je ziet dat er schuimige belletjes ontstaan en het ruikt naar gist. Als dat na 5 minuten nog niet zo is, begin dan opnieuw. Meng de overige ingrediënten, voeg het gistmengsel toe en kneed tot een mooi deeg. Misschien moet je nog wat water toevoegen of juist wat bloem. Je moet deeg met de hand zo’n tien minuten kneden (rustgevend werkje, hoor), maar in een keukenmachine is het zo gepiept. Wrijf een kom in met olie, rol je deegbal licht door de bak zodat er een laagje op zit, dek af met een natte theedoek of plastic folie en laat ongeveer een uurtje rijzen op een tochtvrije plek.

Leg de hele knoflookbol op een vel aluminiumfolie, besprenkel met wat olijfolie en vouw het folie zorgvuldig dicht. Pof een half uurtje in de oven. Zet dan een pannetje water op. Rooster vervolgens in een droge pan de venkel tot hij gaat geuren en stamp fijn in de vijzel (of hak een beetje met een mes). Stoof in dezelfde pan de spinazie met wat peper en zout net gaar en laat goed uitlekken. Zet weg. Snijd de aardappelen in heel dunne plakjes en kook een paar minuutjes in het pannetje dat je had opgezet met wat zout en giet af. Zet weg. Ondertussen zal je knoflook wel gepoft zijn. Als je de pizza bakt in een conventionele oven, verhoog de oven dan nu naar 250 ºC of de hoogste stand die je oven heeft. Haal de knoflooktenen uit hun vliesjes en hak ze fijn. Meng een eetlepel knoflook door de ricotta. Zet weg. Maak tenslotte het gehakt aan: meng het grondig met de chilivlokken, het venkelzaad, het zout en 1 tl gekonfijte knoflook. Zet weg. Rasp de kazen. Zet weg. Zorg dat al je overige ingrediënten ook klaar staan.

Je zult nu wel een uurtje verder zijn, dus dan is je deeg gerezen en kun je gaan bakken. Als je een elektrisch pizzaoventje hebt, rol je gewoon per pizza een klein beetje deeg uit, beleg je het en bak je de pizza zoals je gewend bent. Als je een conventionele oven gebruikt, bekleed dan een bakplaat met bakpapier, rol het deeg dun uit en bekleed de bakplaat met deeg. De baktijd is erg afhankelijk van de temperatuur van je oven, maar ga uit van 10-20 minuten per pizza en houd het in de gaten. De volgorde van beleggen is niet anders. Houd altijd rondom een goede rand vrij.

Witte pizza: bestrijk met het ricottamengsel, leg er wat mozzarella en ansjovis op en leg de plakjes aardappel daar bovenop. Besprenkel met wat olie en bestrooi met peper en zout, mozzarella en rozemarijn.

Rode pizza: bestrijk met de tomatensaus, leg er plukjes spinazie en plukjes gehakt op en bestrooi met mozzarella. Bestrooi een paar minuten voor het einde van de baktijd met parmezaan en basilicum.

Nog even heel praktisch: die gepofte knoflook blijft in de koelkast wel even goed en is ook heerlijk in een soep, door dressing, boter of mayonaise of gewoon uitgesmeerd op wat geroosterde groenten of een broodje, dus ik pof meestal meerdere bollen tegelijkertijd. Ook van het gehakt maak ik altijd meteen 300 gram aan en gebruik de rest een dag of twee dagen later in een ander gerecht. Eet lekker!

6 reacties

  1. Lekker, Sannie! Ik heb het zelf pizza maken sinds kort ook helemaal ontdekt. Een van mijn favorieten is die uit Simpel van Ottolenghi, ook met aardappel en ansjovis. Mjam!

  2. Lekker Sandra! Wij gaan vandaag pizza op een pizzasteen in de bbq proberen te maken en uiteraard check ik dan even hoe Snorrig dat aan zou pakken.
    Groetjes Meldrid

  3. Handig, deze website, San. En leuk om te lezen. We kunnen jouw tips goed gebruiken tijdens ons eerste Paas Pizza Diner met de nieuwe Ferrari oven. Hopelijk vinden mijn gasten het ook lekker.

Geef een reactie op harmoniekruisland Reactie annuleren