Merci

December en januari stemmen me vaak wat weemoedig. Terugkijken vind ik fijn en vooruitkijken ook, maar je komt altijd ook dingen tegen die niet zo vrolijk zijn. Ziekte, dood, somberheid, onrust en verdriet. Maar ook vriendschap, familie, gastvrijheid, reisjes, theatervoorstellingen, concerten, feestjes, en wel 37 (!) bezoekjes aan het filmhuis.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over al die heerlijke eetclubavonden, de apéro’s met de Wijnzuster, diners met vrienden, wijnproeverijen met mijn Kluppies en diners in prachtige restaurants. En dan heb ik het al helemaal nog niet gehad over mijn culinaire projectjes.

Mijn kookboekenproject verliep geweldig! Elke week kookte ik braaf en met ontzettend veel plezier uit het vijfde boek op de plank en ik hield bij wat ik kookte: weeknummer, kookboek en een foto van het recept met mijn aanpassingen (want braaf doen wat er staat doe ik natuurlijk nooit). Ik heb weer heel veel ontdekt en geleerd! Ik kookte uit 14 verschillende keukens, gebruikte de oven heel vaak, at bijna altijd vegetarisch en veel pasta en rijst. Een plan voor een nieuw kookboekenproject ligt klaar.

Maar ik zal er niet over schrijven. Ik heb besloten dat dit de laatste Snorrig wordt. Afgelopen jaar lukte het maar vier keer om een blogje te plaatsen en dat is te weinig om er vaart en plezier in de houden. Het voelde ineens als moeten, terwijl het idee ooit is ontstaan – tijdens COVID, in de auto op weg naar mijn zwangere zusje met de Onsnorrige om op afstand te lunchen – vanuit plezier in koken en schrijven. Juist vanuit iets dat níet moet.

Die kleine van mijn zusje wordt bijna 6, mijn kleine L gaat bijna naar de middelbare school en ik heb inmiddels een leesbril nodig om dit te kunnen tikken. Tijd om te stoppen.

Ik heb veel geleerd en iets gedaan dat totaal buiten mijn comfortzone ligt – ik zoek bijna nooit online naar een recept en heb stiekem een hekel aan alles wat digitaal is. Ik heb ontzettend veel plezier gehad in het schrijven, in de fotografie, in de mooie tekeningetjes van Meldrid en in alle gesprekken over Snorrig met de Wijnzuster, de Onsnorrige en Mrs Elegance. Ik ben verrast door een kleine schare trouwe lezers, door mensen die de recepten werkelijk blijken te maken en door bijna dagelijks één bezoeker (aldus de statistieken). Dat vind ik heel wat voor zo’n lieve poging tot een blog die dit was – een coronaproject dat met bijna zes jaar en, inclusief deze laatste, 99 blogjes precies lang genoeg heeft geduurd.

Maar snorrig zal ik blijven, want ik doe natuurlijk gewoon elke dag praktisch en vrolijk een beetje gewichtig over eten. En al die mooie snorrige accessoires hier in huis (van mijn ketting tot de deurmat) blijven natuurlijk ook gezellig waar ze zijn. Ik blijf lezen in mijn kookboeken waar ik zo dol op ben, koken en experimenteren en tafels dekken en menu’s samenstellen en feestjes organiseren voor heel veel mensen en wijn proeven. Maar dan lekker in de beslotenheid van mijn eigen keukentje en aan mijn eigen tafel. Schuif gerust eens aan.

Het laatste recept is geïnspireerd op de ‘taart van Malitourne’ van Keda Black (2015) | Een appel per dag | week 52. Een lekker langzaam recept met veel rusttijd, fijne geuren, structuren en pure smaken. Om met aandacht te maken en te proeven. Merci voor bijna zes jaar Snorrig en voor de laatste keer: eet lekker!

Langzaam appeltaartje

Deeg:
200 gr bloem
50 gr koude boter
goede snuf zout
koud water
(of korstdeeg)
(of kant en klaar deeg)

5 appels
1 tl kaneel
10 gr boter

50 gr zachte boter
50 gr gemalen amandelen
halve tl vanille-extract

Wrijf de boter door de bloem met je vingers en werk verder met een lepel als je beetje bij beetje het water toevoegt. Het deeg is goed als het net pakt en je een bal kunt maken. Leg het deeg 30-60 minuten in de koelkast. De ongeduldigen kunnen deze stap overslaan (want die hebben iets kant en klaars gekocht) de iets minder ongeduldigen kiezen voor 30 minuten rusten en laten het deeg in de vorm nog even nakoelen. De zoetekauwen gooien een eetlepel suiker door het beslag.

Schil en vierendeel ondertussen de appels en bak ze 5-10 minuten op middelmatig vuur in boter met kaneel, tot de appels een beetje zacht zijn en een mooi laagje hebben. Ik gebruik graag Elstar appels, die hebben fijn wat zuur. Laat de appels afkoelen.

Verwarm de oven voor op 200˚C. Rol het deeg uit en bedek een lage (aardewerken) taartvorm met het deeg. Die van mij heeft een doorsnede van 26 cm. Zet de vorm even in de koelkast als je te ongeduldig was om het goed koud te laten worden (zoals ik).

Schik de appels in de vorm met de bolle kant naar boven en bak ongeveer een half uur. Haal de taart uit de oven en laat een half uur rusten. De appels, die nu gepoft en zacht zijn, zullen een beetje gaan inzakken en wat vocht loslaten. Dat is niet erg.

Meng boter, vanille, suiker, ei en drank naar keuze (Keda gebruikt Calvados, ik gebruikte Genepi – een bloemig Alpenlikeurtje) met de mixer tot het een glad geheel is. Strijk het uit over de appels en zet de taart nog een minuut of 20 in de oven tot de bovenkant goudbruin is. Laat even afkoelen en eet nog een beetje warm met een kop koffie of thee. Mmmm…




2 reacties

  1. Ahhh… een bitterzoet bericht. Ik ga je heerlijk Snorrige updates als trouwe fan missen maar weet je gelukkig offline te vinden! Lekker loslaten, deze online bakvorm ♥️

Plaats een reactie