Het gaat goed met mijn culi project. Ik maak trouw elke week iets nieuws uit het vijfde kookboek uit de kookboekenkast. Zo aten we vandaag kaaspannenkoeken met spinazie en paddenstoelen uit Pannenkoeken (2018) en deze zomer is het zelfs op de camping gelukt om me aan het project te houden. Ik had gewoon van tevoren de boeken gecheckt, bedacht wat best zou kunnen op één pitje en er een foto van gemaakt. De rijstsalade van Sophie Dudemaine (2004) met tomaten, basilicum en feta was bijvoorbeeld heel goed te doen.
Ik let elke dag op optimaal gebruik van ingrediënten, bewaar restjes, verzin er wat mee en ben dol op ‘nix in the fridge’ koken, maar deze verspillingsvrije week lette ik er natuurlijk extra op. Restje gare aardappelen in de minestrone, restje zoet-zuur van de zelfgemaakte atjar van vorige week om wat radijsjes in te maken, restje pide omgetoverd tot paneermeel, restje salade voor de lunch, restje dressing op de sla van vandaag, restje gare bloemkool in een wrap en kontjes rauwe groente door de couscous.
Maar de vrolijkste recycle was een restje zoet korstdeeg (van een pruimentaartje uit mijn DDR Backbuch – projectboek van vorige week) en een restje verse jam van aardbeien en rabarber uit de tuin: jamtaartjes! Super simpel en snel, maar lekker.
‘Oh! Waarom maak je dat niet vaker?’, verzuchtte kleine L, die de allerlekkerste naar binnen schoof – zo een die net afgekoeld is, met een knapperige bodem en nog net een beetje warme jam. Ik was het gewoon vergeten, dat je jamtaartjes kunt maken. Je kunt natuurlijk ook een jamtaart maken, in een grote vorm, maar ik vind deze kleine taartjes leuk. Waar een culi projectje en een verspillingsvrije week al niet goed voor zijn.

Jamtaartjes
Voor het deeg:
200 gr bloem
100 gr boter
goede snuf zout
eetlepel suiker
koud water
Voor de vulling:
je lekkerste (zelfgemaakte) jam
Als je een keukenmachine hebt, doe je bloem, boter, zout en suiker in de mengkom en mix je tot het een korrelig deeg is. Voeg beetje bij beetje water toe tot het pakt en een bal wordt. Laat een half uurtje rusten in de koelkast.
Als je geen keukenmachine hebt, doe je dezelfde ingrediënten in een mengkom en snijd je het door elkaar met twee messen tot hetzelfde stadium. Voeg beetje bij beetje water toe tot het pakt. Op het einde gebruik je je handen om er een bal van te maken. Laat een half uurtje rusten in de koelkast.
Vet je taartvorm in en bekleed met het deeg. Voor een grote vorm rol ik het deeg uit om de vorm te bekleden. Voor kleine vormpjes neem ik steeds een beetje deeg om dat vanuit het midden met mijn duimen plat en hol te maken.
Vul met jam – niet te vol, dan stroomt het over. Bij een grote taart kun je nog een gezellig rastertje maken op de jam (of niet). Zet nog even in de koelkast terwijl de oven opwarmt naar 190˚C, dan krimpt het deeg minder. Bak tot de bodem gaar is en de jam borrelt. Bij mijn kleine taartjes was dat een kwartiertje, maar een grote taart duurt zeker een half uur. Zo vers mogelijk fijn met thee of koffie, als dessert of bij een bubbelig glaasje. Eet lekker!

