‘Hoe wil je afscheid nemen?’, vroeg ik haar, een negenjarig slechtziend meisje. ‘Niet,’ zei ze, ‘Ik vind het zo fijn bij jou’. Ik legde haar uit dat afscheid nemen in dit geval iets goeds betekende, namelijk dat ze mij niet meer nodig heeft, dat ze het zelf kan, dat het beter gaat. Daar moest ze even over nadenken. En ik legde uit dat we elkaar nog zouden gaan zien op het plein en in de gang en dat we dan altijd even zouden kunnen kletsen. Langzaam knikte ze. Ze snapte het eigenlijk wel en ze vond het eigenlijk ook wel oké om afscheid te nemen. ‘Dus, hoe wil je afscheid nemen?’ ‘Met citroentaart!’ En haar ogen begonnen te stralen.
Bijna een jaar hadden we gewerkt aan psycho-educatie over haar ogen – uitleg over haar beperking en alles wat je daarbij kan denken en voelen, positief en negatief. We hadden over grote thema’s gesproken, zoals de dood, nare herinneringen, familie heel ver weg missen, boosheid en angst, over kleine thema’s zoals de pannenkoeken op vrijdagavond en het sinterklaasjournaal en heel hard gelachen om haar grapjes en mijn domme fouten. We hadden heel veel getekend en elke week het sterretje van de dag opgeschreven aan het einde van de afspraak in haar complimentenboekje met de bloemetjes. Ze had geoefend met alles waar ze bang voor was, met een boosheidsthermometer, met woorden geven aan haar gevoel en haar beperking en ik had haar van een teruggetrokken, bescheiden meisje zien uitgroeien tot een vrolijke, stevige bijna-tiener die vol vertrouwen een vlog had opgenomen over zichzelf en haar ogen. Tijd om afscheid te nemen. ‘Dan bak ik een citroentaartje voor jou.’
We nodigden haar ouders en haar kleine broertje uit en trots vertelde ze wat we allemaal gedaan hadden. Ze liet haar werkboek zien, alle tekeningen, het boekje met de complimenten, het grappige kleine flesje limonade en het spel dat we altijd speelden. En toen was het tijd voor citroentaart. In stilte nam ze kleine hapjes, om de tijd te rekken. We kletsten toen maar een beetje over de vakantie die eraan zou komen en over het weer. En toen de taart op was, mocht ze uit een doosje een gladde, gekleurde steen uitkiezen, als herinnering aan alles wat ze geleerd had en gewoon, omdat het mooi is en fijn voelt. Zorgvuldig koos ze een roze steen – haar lievelingskleur. Ze keek me kort aan, gaf me ineens een knuffel, zei: ‘Ik ga je zo missen’ en weg was ze. En daar zat ik, met mijn restje citroentaart in een lege kamer.
Wat moet je nou toch met een halve citroentaart in je eentje na zo’n lief afscheid? Eerder die dag, had een jongen van 17 mijn taart al zien staan en héél vaak gezegd dat het er zo lekker uit zag. Ik sneed de cake in kleine stukjes, precies genoeg voor zijn klas. Verrast nam hij een stukje aan toen ik voor zijn neus stond: ‘Ik wist het wel, juf!’ Gelukkig was het nog geen tijd om afscheid van hem te nemen.

Citroencake
Deze lemon drizzle maak ik vaak. Zelfs mijn vader, die niks geeft om zoet, vindt hem een beetje lekker. Meestal maak ik hem zoals hieronder, maar ik varieer ook wel eens met een halve theelepel vanille-essence of kaneel erbij of met ander citrusfruit (mandarijn is lekker). Ik gebruik een lage vierkante vorm, zodat je hem goed in blokjes kunt snijden. De dag erna vind ik hem eigenlijk nog lekkerder – even geduld dus, als hij uit de oven komt.
175 gr boter
175 gr suiker
175 gr zelfrijzend bakmeel
3 eieren
zest van 1 citroen
snuf zout
siroop
sap van 1,5 citroen
zest van 1 citroen
125 gr suiker
Verwarm de oven voor op 180°C. Klopt boter en suiker romig en voeg één voor één de eieren toe. Meng er dan rustig zest, zout en zelfrijzend bakmeel doorheen. Bekleed het bakblik met bakpapier en schep het beslag erin. Bak ongeveer 35 minuten, tot een satéprikker er schoon uitkomt.
Maak ondertussen de siroop. Meng citroensap en suiker in een pan en verwarm op zacht vuur. Roer totdat de suiker is opgelost en laat de siroop een minuutje koken. Voeg dan citroenzest toe.
Als de cake gaar is, prik je hem nog heel vaak in met die satéprikker. Maak echt veel gaatjes, dan kan de siroop lekker in de cake trekken. Kwast de siroop rustig over de cake en zorg ervoor dat het goed verdeeld is over de hele bovenkant. Laat de cake afkoelen, laat hem als het lukt nog een dagje staan en eet hem dan lekker op – liefst niet in je eentje.

de taart lijkt mij heerlijk, het verhaal …..om te smullen xxx
Lief, Mad!
J