Dit keer was het wel echt een courgette, geen aubergine. En een joekel ook, bijna vier kilo! En het was niet de enige die kleine L. meenam van de schooltuin – er was ook een schattig klein exemplaar, een heel gewone courgette en de joekel dus, maar die moest gedeeld worden met een klasgenootje. Gelukkig maar.
In het voorjaar ging het niet zo goed met die schooltuin. Er was te weinig zon, te veel regen en er waren vooral slakken. Heel veel slakken. We kregen verontschuldigende berichten van de leerkracht over de slechte oogst, mooie verhalen over leerzame lessen, foto’s van zelfgemaakte soep en aan het einde van de dag steevast laarzen vol modder mee naar huis, maar geen groente te bekennen.
Na de zomer ging het beter: prachtige zwart-witte en witte boontjes die we zelf moesten doppen, bosjes oregano, tijm en basilicum, een grote wortel, zonnebloemen, bleekselderij, koolrabi, mais, aardappelen en courgette dus. Heel veel courgette. Ik maakte courgettesalade, tarte tatin met courgette, gegrilde courgette, mie, minestrone, omeletje, groentecurry, soep en ratatouille met courgette. Courgette tot het onze neus uitkwam. Bij de ratatouille had ik het restant van het bosje tijm in de stoof gegooid, maar was even vergeten dat het recht uit de tuin kwam. Het kraakte feestelijk. De prachtige zwart-witte boontjes waren gekookt een stuk minder prachtig (net als borlotti boontjes) en de grote courgette had wel erg veel merg.
Maar het was geweldig. Kleine L. at alles met veel smaak en trots op, ik werd heel creatief met courgette en ik genoot van de groentela vol kleine beetjes met van alles wat.
En nu is het seizoen dan echt voorbij. Onze schamele balkonoogst van een handje sperziebonen en drie tomaten is al lang binnen en we zijn weer aangewezen op de groentetas. En daar word ik ook blij van hoor – een dahlsoepje met pompoen, pasta met paddenstoeltjes, bloemkool met taleggiosaus en geroosterde biet. Geen courgette te bekennen. Geen aubergine ook overigens.
Courgette is natuurlijk een beetje saai. Niki Segnit vindt er zo weinig aan, dat ze er in haar Smaakbijbel zelfs alleen over zegt dat het wellicht een vreemde omissie is in haar boek. En ze zegt sorry. Ik vind courgette eigenlijk ook een beetje saai en eet bijna nooit courgettesoep omdat hij vaak helemaal glad wordt gepureerd en bijna altijd gepimpt wordt met uitgesproken smaakmakers, zodat je de groente niet meer proeft. Dat vind ik niet zo spannend. Ik ben op zoek gegaan naar een manier om soep te maken die de courgette recht doet. Dit is een extreem simpele en pure versie die weinig tijd kost, maar smaak krijgt door het roosteren en structuur door beperkt pureren. Nog altijd niet de spannendste soep op aarde, maar een geslaagd experiment!

Courgettesoep
1,5 kg courgette
2 rode uien
4 tenen knoflook
5 takjes tijm
1-1,5 liter groentebouillon
Citroen
4 el olie
Peper en zout
Verwarm de oven voor op 200 C en bekleed een bakplaat met bakpapier. Hak courgette, ui en knoflook en leg op de bakplaat met de takjes tijm. Besprenkel met olie en breng goed op smaak met peper en zout. Rooster een klein uurtje.
5 takjes oregano
Pureer ongeveer de helft van de groente met een staafmixer en meng met de andere helft van de groente, de gehakte oregano en de bouillon. Voeg zoveel bouillon toe tot de soep de dikte heeft die jij lekker vindt (begin liever wat aan de zuinige kant, je kunt altijd iets toevoegen) en breng nog even aan de kook. Proef en breng goed op smaak met peper, zout en citroen. Eet lekker!







