Handtherapie

Bij de laatste controle voor mijn hand vroeg de specialist waarin ik me in mijn dagelijkse leven nog belemmerd voelde. Ik vertelde dat ik zo graag in de keuken sta en dat bepaalde handelingen zoals een citroen uitpersen of deeg kneden nog pijn doen of onhandig gaan. Van dat deeg kneden werd hij behoorlijk enthousiast: een uitstekende vorm van handtherapie!  

Dus daar ging ik, in de kerstvakantie! Op kerstavond kookte kleine L (broodje met mozzarella, komkommer en ‘lichte saus’; omeletje met avocadosalade en coulis van rood fruit met gesmolten witte chocolade), maar vanaf eerste kerstdag ging het loos. Ik kneedde pastadeeg voor ravioli gevuld met garnalen en spinazie en de dag erop korstdeeg voor een pastei met de restjes van de raviolivulling, deeg voor rustieke pizzabroodjes en Friese dúmkes. En ik bakte meringues, van de eiwitjes die over waren van het kastanje-ijs, maar daarvoor hoef je niet te kneden. Dus dat telt niet. Maar lekker was het wel. 

Dat kneden! Zo leuk! Dus met oud & nieuw bakte ik een vlechtbrood, lavash crackers en Leckerlis (kruidige adventkoekjes uit de Elzas, waarvoor het deeg wel een week rijpt, lecker!). Een paar dagen later verdiepten we ons met de kleine eetclub in de keuken van de Alpen en kneedden we deeg voor pretzels, rolden we apfelstrudel van filodeeg en keken we naar The sound of music. De laatste dag van de vakantie kneedde ik boter door bloem en maakte met het restje appelsmort (van de apfelstrudel, zo heet dat volgens meneer Holtkamp) en een plens karnemelk (over van teleurstellende ontbijtpannenkoekjes eerder die week) smeuïge muffins.  

Terwijl ze aan een pretzel knabbelde, zei die kleine van de overkant dat ze weer veel geleerd had van mijn kneedkunsten. Zo zie je maar, handtherapie is niet alleen goed voor je herstel, het heeft ook een positief effect op je culinaire vaardigheden. En op die van je omgeving. 

Dus, kneden maar! Ik deel mijn recept van de rustieke pizzabroodjes, maar heb vanwege een nieuwe telefoon en onhandig opgeslagen foto’s en zulks geen plaatje. Van geen enkel resultaat van mijn kneedkunsten overigens. En gelegenheid om het allemaal nog eens te maken was er ook al niet, want ik kreeg een virus en een bacterie en moest weken rustig aan doen. En nu is het inmiddels alweer vakantie en heb ik zelfs alweer twee keer iets gekneed. Een kooltje. Maar daarover meer in een volgend verhaal.  

Je hebt vast wel eens pizza-achtige broodjes gezien of gemaakt en rustiek betekent hier eigenlijk gewoon wat grof en rommelig. Dus ik vertrouw maar op je voorstellingsvermogen. De inspiratie voor deze broodjes vond ik deze zomer in een charity shop in Zuid-Engeland, in een boek van Giuseppe Dell’Anno, die weer geïnspireerd was door zijn schoonmoeder. Lekker bij lunch, borrel, soep en bij je charcuterieplank. 

Rommelige pizzabroodjes 

Voor het deeg: 

250 gr bloem 

1 tl gedroogde gist 

1 tl suiker 

165 ml lauwwarm water 

0,5 tl zout 

Voor de vulling: 

scheut olijfolie  

1 kleine ui, in fijne ringetjes  

1 teen knoflook, gehakt 

75 gram passata  

chilivlokken 

zout 

Italiaanse kruiden 

Begin met het deeg. Meng bloem, gist en suiker (in de keukenmachine als je die hebt) en meng er langzaam het water bij tot je een mooi deegje hebt. Voeg dan het zout toe en blijf kneden tot het deeg zacht en soepel is (dat kan wel tien minuten duren).  Laat het deeg op een tochtvrije plek een uurtje rijzen, afgedekt met een warme, vochtige theedoek.  

Je kunt natuurlijk ook je eigen favoriete basis voor brood gebruiken. Of ander meel. Ik gebruikte bijvoorbeeld, net als Giuseppe, 75/250 gram fijne semola di grano duro, dat werkte mooi. 

Maak ondertussen de vulling. Verhit de olie en sauteer ui en knoflook op laag vuur een minuut of vijf. Roer regelmatig, het mag niet bruin worden. Voeg de passata toe en breng op smaak met chilivlokken, kruiden en zout. Laat het geheel sudderen terwijl je constant roert. Het vocht moet zoveel mogelijk verdampen en het mengsel moet er uiteindelijk uitzien als een dikke pasta. Zo geeft het geen vocht af aan het deeg. Laat afkoelen. 

Als het deeg gerezen is, meng je de vulling grof door het deeg. Dat is een beetje een vies en rommelig werkje. Vorm met die vieze handen meteen 14-16 kleine broodjes en leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat. Dat vormen hoeft allemaal niet zo netjes (en dat lukt waarschijnlijk ook niet) en waar de vulling precies terecht komt, maakt ook niet uit. Het is wel handig om ze ongeveer even groot te maken. Verdeel het deeg daarom eerst in tweeën, dan in vieren, dan in achten, et cetera.  Als je de afstand tussen de broodjes klein houdt, wordt het een breekbrood. Ook leuk. Dek de bakplaat weer af met de theedoek en laat nog ongeveer een half uur rijzen.  

Verwarm de oven voor op 200°C. Besprenkel de broodjes eventueel nog met een beetje zout of kruiden en bak ze ongeveer een half uur. Diezelfde dag nog warm én koud lekker, de dag erna het lekkerst als je ze even oppiept. Voor ongeveer 4 personen. Eet lekker!  

Plaats een reactie