Het was weer tijd voor het jaarlijkse proefklupkerstdiner. Om eerlijk te zijn is het pas het tweede kerstdiner, langer bestaan we namelijk niet, maar het voelt alsof we dit al heel vaak hebben gedaan. En eigenlijk is dat ook zo, we hebben al heel vaak mooie wijn geanalyseerd en gedronken met iets lekkers erbij. Maar een diner… dat is van een andere orde!
Dat bleek maar weer, we zaten van 15:00 tot 21:00 aan tafel. Of zo. Ik raakte de tel en de tijd langzaam kwijt na 9 gerechten en nog veel meer wijnen. Maar het was geweldig. Of – zoals een proefklupmaatje zei – verbluffend goede combinaties, spot on! En hij kan het weten, hij zat erop.
Er was aangekondigd dat er oesters zouden zijn en dat er een dessert gemaakt zou worden en de andere zeven (!) gerechten zou ieder naar eigen inzicht meenemen met een bijpassende fles en we zouden ter plekke een volgorde van de wijn-spijscombinaties maken. Een spannende exercitie! Hoe zwaar is het gerecht? Hoe pittig? Hoe kruidig? Doen we rood voor wit? Pasta voor soep? En welke soep mag eerst? Het was erg leuk om over na te denken en zorgde echt voor een verrassend, lekker en spannend diner.
We startten met een fijne champagne van een kleine wijnboer van Annevino, net voor zichzelf begonnen en onze eigenste vinoloog, de eerste van onze groep. We eindigden ook met een fijne champagne en petit committee, met de schoonmaakploeg. En daartussen was het een eclectisch geheel van heerlijkheden en een gonzende chaos is mijn kleine keuken, waar de één na de ander indook om iets lekkers te maken, waar in lades werd gerommeld, kasten werden opengetrokken, waterkaraffen werden gevuld en tussendoor een bestekje werd afgewassen. Echtgenoot J, die in een andere kamer zat te studeren, kreeg af en toe ook een lekker hapje of slokje toegestopt en kleine L. kwam af en toe even spieken wat er nou weer op tafel stond. Ik hou ervan.
Na de champagne kwamen de oesters van Robert-Jan met een Chablis én een lesje oesters openen. Lekker klassiek. En gewoon lekker. Drie soorten toast volgden (met paddenstoelen, zalm, en steak tartare), met een indrukwekkend oude en mooie Charles Heidsieck uit 2013 van Sascha. Klassiek Spaans, pittig en lekker was de gazpacho van Gijs met een Nieuw-Zeelandse Sauvignon blanc – beide hoog in de zuren, vegetaal en aromatisch! Quinoa met pulpo volgde, een verfijnd gerechtje van Anne met een Zuid-Afrikaanse blend met Chenin als hoofddruif. Heidy kwam met een lekker licht en geurig Thais soepje tussendoor met een zeer geurige Goldmuskateller. Daarna kwam weer pulpo, maar heel anders bereid door Yuri, zwart van de inktvisinkt en geserveerd op een bijzonder romig stukje gegrilde polenta met een glaasje Verdicchio. De Barolo kwam met een elegant rolletje spaghetti met zwarte truffel en oude parmezaan, echt iets voor Remco.
En toen kwam het experiment van de avond: kruidige Sechuan aubergine met wel twee wijnen! Het deed me meteen denken aan mijn ingewikkeld kwarteltje, waarbij de wijn zo moeilijk te combineren was. Met dank aan zijn ervaring en met een beetje hulp van Winestein kwam Dick met een Macedonische Temjanika, een wijn waar ongeveer net zoveel aroma’s in te ontdekken bleken als in het gerecht. En dat werkte! De, overigens op zichzelf lekkerdere St. Magdalena met vooral Schiava en een beetje Lagrein, ook geadviseerd bij mijn kwarteltje overigens, combineerde toch minder mooi. Ik sloot af met een klassiek winters troostdessert: een warm appeltje uit de oven met vers gedraaid ijs. Ik serveerde er een Riesling Auslese bij die we in het voorjaar mee hadden genomen uit de Mittelrhein. Mijn inschatting was dat de zuren van citroen en appel en het zoet van maple syrup en ijs goed zouden passen bij de wijn. En dat klopte.
Na een espresso met een vers krentenkoekje, was het dan toch tijd om er een eind aan te breien na al die uren tafelen. Kleine L. lag al op bed, echtgenoot J kwam uitgestudeerd tevoorschijn, Sascha en Dick hielpen met afwassen en opruimen en Sascha toverde die laatste champagne tevoorschijn voor een allerlaatst slokje. Twee keer pulpo, twee soepjes, drie wijnen op basis van Chardonnay (vier voor de afwassers), twee wijnen uit Alto Adige, vier uit Italië, twee nieuwe wereldwijnen, voor het tweede jaar oesters om mee te starten… De tijd en de tel kwijt. Volgend jaar weer.

Gebakken boterappeltjes met vers ijs
4 kleine appels, beetje zuur, elstar bijvoorbeeld
75 gr zachte boter
75 gr lichte basterdsuiker
1 sinaasappel, zest en sap
1 citroen, zest en sap
60 ml room
maple syrup
handje amandelschaafsel
ijs
300 gr volle melk
700 gr room
165 gr fijne suiker
30 gr melkpoeder
2 citroenen, zest
2 kaneelstokjes
Begin met het ijs. Dat kan ook al een week van tevoren of zo. Of bespaar jezelf tijd en moeite en koop een bak goed vanille-ijs in de supermarkt (maar dan mis je wel iets lekkers!).
Dit ijs is geïnspireerd door de Spaanse Leche Merengada, heel zacht ijs. De heilige drie-eenheid suiker, kaneel en citroen zit ook in dit ijs. Meng de melk met suiker, melkpoeder, kaneel en citroenzest en verwarm al roerend tot suiker en melkpoeder zijn opgelost. Voeg dan de room toe en breng aan de kook. Dek af en laat 2 uur infuseren, eerst op kamertemperatuur en later in de koelkast (of meteen buiten met dit weer). Giet het mengsel door een fijne zeef en draai er een ijsje van in je machine. Of doe het mengsel in een plastic bak in de vriezer en roer regelmatig om tot het bevroren is. Bewaar het ijs als het klaar is in een plastic bak in de vriezer, afgedekt met een stukje bakpapier en een deksel.
Verwarm de oven voor op 180 °C. Was de appeltjes, verwijder met een appelboor het klokhuis en maak een incisie in de schil, de hele appel rond, om ontploffen te voorkomen. Meng de boter met basterdsuiker en zest van citroen en sinaasappel en vul de appels hiermee. Vet een ovenschaal in en zet de er appels tegen elkaar aan in. Giet het sap eroverheen en beschenk alles met een paar gulle plensjes maple syrup. Bak ongeveer een half uur.
Rooster ondertussen het amandelschaafsel in een droge koekenpan en haal het ijs ongeveer 20 minuten voor het moment van serveren uit de diepvries. Zet borden klaar en leg de appels erop als ze gaar zijn. Schenk het kookvocht in een pannetje en voeg de room toe. Laat een beetje inkoken. Schenk dan de saus in en om de appels. Leg er een bolletje ijs bij en strooi er tot slot wat amandeltjes over. Past dus mooi bij een glaasje Riesling Auslese. Eet lekker!

