Huzarensalade, garnalencocktail, varkenshaas in roomsaus, blokjes kaas met ananas of augurk, toastjes met salades of brie, pasteitje met ragout, varkensrollade, kipcocktail, ijstaart, kleine gehaktballetjes, asperges gerold in gekookte ham, een schaaltje pinda’s en een schaaltje chips. Zie hier een lijst van mijn moeder, antwoord op mijn vraag of ze nog ideeën had voor ons jaren ’80 apéro als aanvulling op mijn lijstje van huzarensalade, gevulde eitjes en leverworst. Nou, die had ze! Ik miste nog het glaasje met sigaretten, maar verder was het vrij volledig.
Er kwamen allemaal herinneringen boven van feestjes met een rij tantes op een bruine hoekbank, een dikke walm sigarettenrook erboven en in de hoek een enorm buffet van mijn vader met, jawel, huzarensalade, asperges met ham en gehaktballetjes. Op een van die feestjes was mijn moeder de fotograaf. Ze heeft vele talenten, maar fotograferen valt daar niet onder en daar kwamen we pas maanden later achter, toen het rolletje eindelijk vol was en ontwikkeld kon worden. We hadden alleen maar foto’s van benen voor die bruine hoekbank in mooie jaren ’80 rokken en broeken waar we de tantes aan konden herkennen. Dat dan weer wel.
Hoe dan ook, we hadden dus een jaren ’80 apéro, de Wijnzuster, de Onsnorrige, de Zangeres en ik. De veganisten onder ons moeten maar niet verder lezen – wat aten we verschrikkelijk dierlijk in die tijd. Foei! Geen groente te bekennen, behalve de paddenstoelen in het pasteitje dan en het blaadje sla bij de garnalencocktail. Maar wat was het leuk en stiekem ook lekker voor een keer.
Ik kwam met vertraging aan met hoog haar, hoge broek, een rij felle armbanden en grote oorbellen. De tafel was al gedekt en stond vol met een kruising van jaren ’70 en ’80 servies en de vrouwen aan tafel waren zowel gekleed in stemmig-natuurpatroontjes-aardetinten als grote trui-hoge staart-felle oorbellen. Sja, je hebt de vroege en de late jaren ’80 zullen we maar zeggen. De tafel stond vol hapjes van de lijst van mijn moeder in een blitse rode hapjestoren en op bruine vakjesborden en de pinda’s zaten in een glazen vis waar je ze parmantig uit kon schudden. Stijlvol!
De dames hadden hun eerste sherry’tje al achter de kiezen. Na dat sherry’tje hadden we een champagne (‘dat werd toen ook al gedronken, toch?’) gevolgd door een bijzonder on-jaren ’80 natuurwijn. Een blend van verschillende druiven uit Zuid-Frankrijk, meegenomen van een hippe wijnbar uit Lille door de Onsnorrige en de Zangeres. Lekker en spannend, héél anders dan de klassieke witte Bourgogne en Riesling die daarna kwamen. Echt wijnen van vroeger, hoewel Rieslings in die tijd heel wat meer restzoet hadden. Dit was een VDP/GG wijn, met een moderne classificatie dus, zelf meegenomen uit de Mittelrhein dit voorjaar. Die wat zoetere Riesling kwam overigens later op de avond toch nog bij de monchou taart, ver na de garnalencocktail, het huzarenslaatje en het steitje met vavlou. Hoe de Onsnorrige er nou bij kwam het pasteitje zo te noemen is me nog altijd onduidelijk maar het klonk erg jaren ’80. En grappig. Haar home-made advocaat was overigens ook erg jaren ’80. En erg boozy. De volgende ochtend verwarde de Wijnzuster het schaaltje met het restje advocaat met een schaaltje vanillevla. Ook erg grappig. En wel heel erg boozy voor de zaterdagochtend…
Hoewel al die standaard jaren ’80 hapjes en drankjes ook in mijn geheugen gegrift zijn, zijn er twee gerechten die mij vooral bij zijn gebleven: flensjestaart en mokkapudding. Volgens mijn moeder is die flensjestaart klassiek Frans en de pudding een oud familierecept van mijn vader, maar voor mij hoort het bij die tijd. Flensjestaart als chique voorgerechtje, als bewerkelijk maar gemakkelijk op te warmen gerecht na een winterse boswandeling en het lievelingseten van mijn zusje als peuter. Mokkapudding was een feestdessert dat we met kerst aten of op een verjaardag. Fijne herinneringen met op de achtergrond die steeds sleetser wordende bruine hoekbank. Dus die twee gerechtjes heb ik lekker toch gemaakt.
Toastje, slaatje, blokje, balletje, rolletje, advokaatje, steitje… Heerlijke avond. Maar de volgende dag was het tijd voor groente en fruit. Veel groente en fruit.
Flensjestaart heet eigenlijk crépazes en is een creatie uit de jaren ’70 van de gebroeders Troisgros, drie-sterrenkoks in Roanne. Ze staan gezellig op de kaft van hun boek met een hoge witte koksmuts en veel gezichtsbeharing en ze zitten aan een klassiek gedekte tafel op een grasveld. Heel Frans. Dit is mijn Brabantse versie uit de jaren ’80, nog altijd lekker!

Flensjestaart
100 gr bloem
2 eieren
2,4 dl melk
30 gr boter
Goede snuf zout
100 gr rauwe ham in dunne plakken
100 gr gekookte ham in dunne plakken
2 dl crème fraîche
Peper en zout
Maak het beslag: zeef de bloem boven een kom en meng met zout en ei, voeg geleidelijk de melk toe. Giet het beslag nog even door een zeef als je klontjes hebt. Smelt de boter en roer zachtjes door het beslag.
Bak heel dunne flensjes in een koekenpan met een doorsnede van 15 cm. Ik giet een lepel beslag in de pan, draai de pan snel tot de bodem bedekt is en laat het teveel aan beslag meteen weer terugglijden in de kom. Zo krijg je gelijkmatige, dunne flensjes. Bak tot al het beslag op is.
Pak een redelijk hoge schaal waar de flensjes in passen en stapel de taart als volgt. Besmeer een flensje met crème fraîche en bestrooi met peper en zout (niet te veel, de ham is ook al zout) en leg in de schaal. Leg er een plakje rauwe ham op. Beleg de volgende flens, kies dan de gekookte ham en leg op de andere flens in de schaal. Ga zo verder tot alle flensjes op zijn. Zorg dat je begint en eindigt met een flensje.
Je kunt de taart nu wegzetten en bewaren tot je hem gaat eten (dat kan ook de volgende dag). Verwarm de taart voor het serveren afgedekt 15 minuten in een oven van 200°C. Keer hem om op een bord, snijd in punten en serveer. Goed voor 4-6 personen als voorgerechtje.
In de jaren ’80 werd dit gerecht op zichzelf gegeten, maar ik eet het graag met een groene sla. Vervang de ham door zalm als je geen vlees eet, bestrooi met gruyère voordat je hem in de oven zet als je van een gegratineerde taart houdt of bedenk iets vegetarisch. Ik zou me iets voor kunnen stellen bij paddenstoelen, aubergine of avocado en met plantaardige pannenkoeken heb je zelfs een veganistische versie. Eet lekker!




