Het was weer mijn beurt voor de eetclub en ik had het prachtige thema elementen meegekregen. Ik barstte van de ideeën en sloeg al snel op hol, maar toen herinnerde ik me het kwarteltje van de vorige keer met al die heftige smaken en aroma’s en 56 wijnadviezen, dus floot ik mezelf terug.
Mijn doordachte plan was om te spelen met bereidingswijzen en ingrediënten die pasten bij het thema zonder dat het al te heftig of eclectisch werd en dat lukte wonderwel. De amuse genoten we in de tuin, in de avondzon onder de pergola vol rijpe druiven: geroosterde paprika met walnoten en gekonfijte knoflook met een walnotenkoekje. De wijnkeuze was reuze – de avond ervoor had ik geholpen bij een proeverij bij Van Krimpen en de restjes mocht ik meenemen. Een prosecco van 100% pinot noir, een Nederlandse blanc de Noir en een Zuid-Franse bloemige witte blend. Dat was een heerlijke start van een fijn diner met gerechten vol aarde (flammkuchen met aardappel en rozemarijn, chocolademousse vermomd als potje aarde met een bloemetje), water (cidersorbetje, crème anglaise voor de drijvende eilandjes), vuur (huisgemaakte koud gerookte zalm, warm gerookte runderlende, geroosterde groente) en lucht (kruidenespuma, iles flottantes). En nog veel meer. De wijn hield ik klassiek, ik varieerde nauwelijks en om advies vroeg ik ook al niet: witte Mercurey, zelf meegenomen van een wijnreis door de Bourgogne en een Chianti Classico van de restjes van Van Krimpen. Gewoon heerlijk en dat beviel me prima na die kermis van de vorige keer. En de eetclub ook geloof ik.
Maar… ineens was daar ook de kleine eetclub! Dat werd dan wel weer kermis! De BFF van kleine L (die kleine van de Wijnzuster, kind aan huis) had gezien hoe mooi de tafel gedekt was toen ik eetclub had, ze had de verse kruiden uit de tuin en de gepersonaliseerde luciferdoosjes zien liggen op de servetten en ze had mij uren rond zien lopen in mijn schort. Ze vond het prachtig. Dus ze had van mij als verjaardagscadeau een middagje samen koken en een avondje dineren cadeau gekregen. En daar kwam ze hoor, op een zaterdagochtend toen wij net aan het ontbijt zaten: ‘Hallo ja ik kom even een plannetje maken voor ons diner dus hier ben ik en ik heb trouwens ook nog niet ontbeten en mag ik een boterham met pindakaas?’ Ze nestelde zich naast kleine L op de eettafelbank, kreeg een boterham met pindakaas en toen begon de vergadering. Ze wilde drie koks (kleine L, zij en ik) en vier gasten. Haar moeder mocht toch ook komen (als ze lief was). De meiden kwamen al snel tot een mooi, kleurrijk menu en een goed kookplan en gingen na de boterham met pindakaas met z’n tweeën boodschappen doen. Trots kwamen ze terug met twee volle, zware tassen en die middag gingen we aan de slag. Schort voor en koken maar!
Ongelooflijk wat meiden van (bijna/net) 9 al zelfstandig kunnen! Vakkundig werden de uien gehakt, gesauteerd en verwerkt in een tomatensoepje (het middengerecht!), ze gingen zelf aan de slag met de tompouces (‘Ik schrijf het graag op z’n Frans’) en de salade caprese zag er feestelijk uit. Het hoofdgerecht lieten ze aan mij over, maar ze dekten zelf de tafel, schreven menukaarten, kozen servetten, beplakten luciferdoosjes, zetten bordjes klaar, staken kaarsen aan, schonken roze limonade in een wijnglas en trokken een gezellig gekleurd shirt aan.
Echtgenoot J werd liefdevol de deur uitgewerkt, de Wijnzuster verscheen in haar meest kleurrijke jurk en toen gingen we aan tafel. De meiden serveerden mooi opgemaakte bordjes, haalden ze ook weer op en we converseerden keurig tussen de gangen door. Ze namen hun taken bloedserieus. Maar toen speelden we ‘dilemma op dinsdag’ met keuzes als: je laat de hele dag scheetjes of je laat de hele dag boertjes en: je moet altijd een korset aan of je moet altijd op hoge hakken lopen. En toen werden die meiden ineens weer gewoon giebelende (bijna/net) negenjarigen. Die keuze tussen scheetjes of boertjes was natuurlijk hilarisch en dat tweede dilemma maakte dat ze van tafel renden en deden alsof ze op hakken liepen met steeds gekkere loopjes. Toen bleek dat ze eigenlijk niet wisten wat een korset was en dat ik er nog een had liggen van een toneelstuk van 20 jaar geleden en best bereid was het aan te trekken ging het loos. Terwijl de Wijnzuster en ik nog wat trachten na te tafelen, werden we getrakteerd op een modeshow met korsetten gevuld met sokken en onderbroeken, rokken als topjes, zelf gefabriceerde fascinators en gouden laarsjes met een hakje (‘Ik vind ze echt heel mooi en ze passen me bijna!’). Kermis.
Halverwege de middag had die kleine ineens gezegd: ‘Nu zijn wij ook een eetclub toch? De kleine eetclub. Dit is zo leuk. Zullen we dit gewoon iedere week doen?’ Het was werkelijk een heerlijke dag, dus we gaan het zeker nog eens doen. Iedere week is me wat te gortig, zeker aangezien de keuken ook één grote kermis was. Het heeft me nog de hele avond gekost om daar wat orde in te krijgen, maar dat kon me natuurlijk geen bal schelen. Er gingen twee meisjes heel gelukkig en trots naar bed. En ik ook. Nu heb ik lekker twee eetclubs.

Geroosterde paprika met gekonfijte knoflook en walnoot
5 puntpaprika’s
50 gr knoflook
50 ml olijfolie
Handje walnoten
Goede walnotenolie
Boter of walnotenolie
Zoutflakes
Dit is een eenvoudig maar fijn gerechtje met weinig ingrediënten, dat wel wat tijd kost. Maar dan heb je ook wat. Het is een variant op die heerlijke Marokkaanse paprika’s met arganolie. Je kunt van alles meer maken, als je oven/fornuis toch aanstaat. Geroosterde paprika’s en walnoten zijn overal lekker op en de knoflook is lang te bewaren. Amuse of voorgerechtje voor 4 personen of onderdeel van een buffet (maak dan meer).
Verwarm de oven voor op 70°C. Ontvel de knoflooktenen en leg ze in een klein ovenvast schaaltje en schenk de olie erop. Ik gebruik een aardewerken Saint-Marcellin schaaltje, van zo’n lekker wit kaasje uit de Dauphiné, dat past precies. Zet het schaaltje een uur in de oven.
Rooster ondertussen de paprika’s tot ze geblakerd zijn. Ik doe dat op mijn groenteroostertje zodat je de smaak van het vuur in je paprika’s krijgt, maar het kan ook in een heel hete oven. Laat de paprika’s een minuut of tien afkoelen in een pan met een deksel erop. Ontvel de paprika’s en verwijder de zaadlijsten (ik doe dat in de gootsteen zodat je met water de geblakerde vellen eraf kunt spoelen) en scheur ze in repen.
Verwarm een beetje olie of boter in een pan en rooster de walnoten tot ze geuren.
Nu zal ondertussen de knoflook wel gaar zijn. Hak zoveel tenen fijn als je lekker lijkt fijn en stop de rest van de knoflook met de olie in een potje. Je kunt het in de koelkast wel drie maanden bewaren (zet er wel op wat het is, anders gooi je het per ongeluk weg, zoals ik onlangs deed).
Nu ben je zover dat je de boel op kunt maken. Maak rozetjes van de paprika (of leg ze gewoon op een schaal), bestrooi met knoflook, walnoten en zoutflakes. Besprenkel tenslotte gul met goede walnotenolie. C’est ça (ik schrijf het ook graag op z’n Frans). Serveer met goed brood of walnotenkoekjes en een lekker glas. Bon appétit!




