Echtgenoot J was jarig en wilde voor het eerst in lange tijd weer eens een echt feestje met een groep mensen in de tuin. Een verjaardags-apéro! Hij zou zorgen voor chips, bier, fris, kaas en brood; ik voor wijn, crudités en salades, samen met de Wijnzuster.
Dus ik naar een van mijn favoriete wijnwinkels, Cave de L’est in Amsterdam Oost en na rijp beraad koos ik een mooie Spaanse field blend uit Ribeira Sacra met mencia als hoofddruif en een klassieke knisperende silvaner uit de Franken in een bocksbeutel, zo’n platte groene fles. Helemaal content was ik. De zon zou gaan schijnen, we hadden een goed gezamenlijk cadeau, kleine L zou in de ochtend ontbijt op bed maken. Er kon echt niks mis gaan.
Maar toen ik thuis kwam en echtgenoot J vroeg om me te helpen de flessen silvaner in de koelkast te leggen, ging het toch bijna mis. Het ging ongeveer zo. Wat zijn dat voor lelijke commerciële flessen? Wat zeg jij nou? Dit is niet lelijk commercieel, dit is traditie! Wat nou traditie, gewoon lelijk en commercieel, net als die flessen met die scheve hals van JP. Chenet vroeger. Durf jij deze mooie silvaner met een JP. Chenet te vergelijken! Je weet niet waar je het over hebt! Dat mag ik toch zeker zelf weten. Absoluut niet! Een traditionele bocksbeutel mag je absoluut niet vergelijken met zo’n lelijke JP. Chenet fles. Toch vind ik hem lelijk. Oh, nou dat mag, maar… Enzovoort en zo verder, tot we overeengekomen waren dat hij de fles lelijk mocht vinden maar niet commercieel mocht noemen en zéker niet mocht vergelijken met JP. Chenet.
Verder werd het best gezellig. Nee hoor, het werd héél gezellig met een battle in de gracht op twee opblaasbare vlotjes, leuke mensen, een goede kaasplank en drie lekkere salades. En een knisperende silvaner in een traditionele fles dus, die goed paste bij het warme weer en de salades. Die mencia bliefde niemand bij 30°C, dus die ligt nog rustig in de kelder te wachten op een andere gelegenheid. We sloten af met madeleines en jamtaartjes met die verse rabarberjam van vorige week.
Buiten die gezellige JP. Chenet – bocksbeutel – battle ging er niks mis. Bijna niks – we ontdekten dat we allebei crudités hadden gekocht, dus we eten al de hele week komkommer, paprika en tomaat. Maar dat is geen straf. En gisteren kwam een legertje buren helpen met opeten tijdens de repetitie voor de musical van het tuinfeest. Tijdens dat feest ga ik overigens een kleine proeverij houden met zelfs een blindproefwijn voor de liefhebber. Om verwarring te voorkomen is het geen silvaner. En ook geen JP. Chenet (die overigens speciaal voor Nederland geen scheve hals meer heeft zodat er een schroefsop op past en we de fles niet meer hoeven te ontkurken, maar dat terzijde). Hoe dan ook, wordt vervolgd…
Hierbij één van die salades: een lichte, frisse, groene couscoussalade vol pitten. Ik koos voor 50 gram van elk: pijnboompitten, pompoenpitten, amandelschaafsel en zonnebloempitten. De liefhebber doet er nog wat feta doorheen.

Couscous met citrus en pitten
350 gr couscous
525 ml hete groente bouillon
5 lente-ui, alleen het groen
30 gram basilicum en platte peterselie
85 gram rucola
200 gram gemengde pitten
Dressing:
10 el mooie olijfolie
1 citroen
1 mandarijn
1 tl acaciahoning
1 tl mosterd
1 tl zout
1 kleine teen knoflook
zout en peper naar smaak
Giet de hete bouillon over de couscous en laat 5 minuten onafgedekt staan. Roer dan door met een vork tot de korrels los zijn. Laat rustig afkoelen.
Rooster de pitten in een droge koekenpan en laat afkoelen op een groot bord. Snijd de lente-ui in ringen, rasp of pers de knoflook en snijd of knip de kruiden grof. Pers de citrusvruchten uit en meet 6 eetlepels sap af. Schenk in een leeg jampotje en voeg olie, mosterd, honing, knoflook, zout en peper toe.
Meng de couscous, kruiden, pitten en ongeveer de helft van de dressing met je handen. Proef en breng eventueel verder op smaak.
Nu kun je de couscous laten staan tot je het hem gaat serveren. Als je zover bent, leg dan de rucola op de couscous, besprenkel met de rest van de dressing (of naar smaak) en meng luchtig met de couscous. Serveer meteen, met een knisperende silvaner bijvoorbeeld.
