‘Bonsoir!’, horen we ergens boven ons uit een klein raampje komen. ‘Bonsoir!’, roepen we terug. ‘Ajhakvexxjrlbrjdhdhenevshjdkddn!’ (iets onverstaanbaars in rap Frans). Echtgenoot J: ‘Eh… mon Français est terrible.’
Van boven: ‘Hahaha! Ajhakvexxjrlbrjdhdhenevshjdkddn!’ Echtgenoot J: ‘Eh… my French really is very terrible.’
Van boven: stilte. En dan: ‘I’m sorry, I thought you were joking! I’ll be down in a minute.’
Een beetje ongemakkelijk gaan we in de mooie ruimte zitten. We zijn net binnengelaten door de aardige assistent van Yara, een Braziliaanse chef uit Paraty. Yara woont in het oude koloniale centrum van het stadje, in een prachtig huis. Haar man Richard is fotograaf en overal om ons heen hangen enorme foto’s, afgewisseld met schilderijen, er zijn overal kleden, boeken en beelden. Genoeg om te ontdekken dus, gerommel in de keuken, uitzicht op een gedekte tafel, een enorm rek vol mooie borden. Hier word ik wel blij van!
En dan komt ze naar beneden hoor, onze chef: een rijzige oude dame met een rechte rug, scherpe blik en (zo zou later blijken) een groot hart. Ze begroet ons hartelijk, frummelt wat met kabels, mompelt dat ze er niet van houdt en dat Richard het altijd doet maar dat die nu in het ziekenhuis ligt. Ze moppert zacht tot Echtgenoot J de kabels overneemt en zij zich bezig kan houden met waar ze goed in is en wat ze duidelijk wél leuk vindt: eten en drinken. Terwijl er verse cassavecrackers op tafel komen, bereidt ze de caipirinha’s voor. Ook dat doet Richard normaliter, maar hier voelt ze zich duidelijk beter bij dan bij die kabels. Ze knoopt kleine L, haar petit chef, een schort voor, vraagt mij zacht of ze jarig is, zegt – als dat niet zo blijkt te zijn – vaag dat we wel kunnen doen alsof en dan horen we voor de deur ineens iets dat lijkt op ‘Ajhakvexxjrlbrjdhdhenevshjdkddn‘ en er komt een grote Franse familie binnenvallen. Met een jarige dochter.
Ineens gaat het snel. Het ene kind wordt gevraagd de limoenen met suiker te stampen, het andere kind mag de cachaça inschenken, kleine L voegt het ijs toe, kind nummer één roert alles nog eens door en jongetje vier deelt uit. Binnen no time zitten we met een tinkelend glas te luisteren naar de geschiedenis van de cachaça in rap Frans en vloeiend Engels terwijl de kleinste twee chefs het volgende hapje klaarmaken: pão de queijcho, Braziliaanse kaasbolletjes. Het lijkt in de verte wat op gougères, al zullen de Fransen dat vast niet met me eens zijn. Het is in ieder geval heerlijk.
Dan valt ineens het licht uit. In de bergen, waar de elektriciteit in het dorp vandaan komt, waait het nogal hard, aldus onze chef, maar meestal is het probleem snel verholpen. Het licht gaat inderdaad snel weer aan en we gaan verder.
Het plan is een menu te maken met ‘Fruits and bounties from Brazilian lands’: salade van palmhart en chayote met citroenbechamel, vis en garnaaltjes van de vissers uit het dorp gestoofd in een kruidige paprikasaus met kokosrijst, groene sla met kaas uit Minas Gerais en een petit gateau van guave met ijs van roomkaas. Het licht valt weer uit. Er worden haastig wat kaarsen aangestoken, maar het licht gaat opnieuw al snel weer aan.
Yara verdeelt taken en even later is het een vrolijke chaos in de keuken. Echtgenoot J maakt de bechamel, kleine L versiert eerst de menukaart en helpt me dan met verve met mijn taak (de makreelachtige visfilets vullen met garnalen en citroen en opbinden met geblancheerde stengels lente-ui) en met het opmaken van de salade. Om me heen wordt er in vier talen overlegd en chef Yara stiefelt overal ontspannen tussendoor en heeft voor iedereen aandacht. Ik word er dolgelukkig van. Het licht valt nog een keer uit en gaat ook snel weer aan. Mooi gezicht, al die mensen in die kleine keuken die als bevroren staan met een vis, een garde of een stuk palmhart in de hand als het licht weer aanspringt.
En dan gaan we aan tafel. Het eten is heerlijk, het gezelschap vrolijk, kleine L legt haar buurjongetje in een mix van drie talen uit hoe een klapspelletje genaamd Pepsi gaat (hij doet dapper mee) en chef Yara roept elke tien minuten uit dat ze deze avond neeeeeeeever zal vergeten en dat Richard dit zo loooooooooovely gevonden zou hebben. En dan gaat het licht definitief uit. Bij kaarslicht proeven we de heerlijke vis, wordt de wijn bijgeschonken en zetten we de conversatie voort. De petit gateau met ijs wordt bij gebrek aan een oven en een ijsmachine een crème van guave met een toef roomkaas. Ook heerlijk. In het donker drinken we een petit café met een gerijpte cachaça uit te veel en te volle glaasjes, omdat Yara niet kan zien hoe vol ze zitten en ook niet meer lijkt te weten hoeveel mensen er nou precies aan tafel zitten. De echte jarige krijgt een petit cadeau en een kaarsje, ze wordt toegezongen in vier talen en dan is het echt tijd om afscheid te nemen.
Echtgenoot J ruimt heel lief de kabels op, Yara zoent en knuffelt iedereen, zegt tegen kleine L dat ze haar petit chef neeeeeeeever zal vergeten, evenmin als deze avond. En dat geldt ook voor ons. In het licht van de volle maan zoeken we onze weg door het dorp naar onze pousada waar petit L, terwijl ze zich in bed nestelt, zachtjes murmelt dat Yara zo lief was en het eten zo lekker en dat ze deze avond écht noooooooooit zal vergeten.
Toen ik zeer geïnspireerd thuis kwam, bakte ik niet alleen een fijne cake, maar kocht ik ook een lading tropisch fruit en draaide een ijs dat we Brazilië noemden. Kleine L maakte met haar bestie nog een versie op basis van hetzelfde recept op een stokje (zonder ijsmachine dus). Ik gebruikte mango, ananas en passiefruit en dat was heerlijk. Als je snel wil zijn en schone handen wil houden: in de supermarkt worden bakjes gesneden fruit verkocht, zelfs in deze samenstelling. Ik heb in de zomer overigens altijd een fles van onderstaand suikerwater in de koelkast staan, zodat ik op elk moment wat fruit kan snijden en een ijs kan draaien. Vers het allerlekkerst. Looooooooovely!

Brazilië-ijs
tropisch fruit, schoon en in stukjes
1 eiwit
Suikerwater van Kees Raat:
600 gr water
350 gr suiker
50 gr druivensuiker
Breng het water aan de kook en doe er suiker en druivensuiker bij. Roer tot de suiker is opgelost en laat afkoelen.
Weeg het schoongemaakte fruit en weeg vervolgens eenzelfde hoeveelheid suikerstroop af. Een goede richtlijn voor vier personen (ook passend bij de hoeveelheid eiwit) is 300 gram. Doe fruit, suikerwater en eiwit in een maatbeker en pureer. Draai er ijs van in je ijsmachine of schep in ijslolly-vormpjes en zet in de diepvries. Je ijs krijgt dan wel grovere ijskristallen.
Dek ijs dat je niet meteen opeet en in wil vriezen af met een velletje bakpapier voordat je de deksel op de doos doet. Als je geen eiwit wil gebruiken kun je het weglaten, je ijs wordt dan wel minder zacht en smeuïg. Je kunt om dat te voorkomen de helft van de suiker vervangen door geleisuiker en de stroop 5 minuten laten doorkoken. Eet lekker!

Een gewelllllllldige avond
Een prrrrrrrrachtige herinnering
T ijs alllllllltijdddddd eten met licht uit of ogen dicht denk ik?
Haha! In ieder geval goed proeven en genieten 🙂