Twee jaar terug plande ik mijn verjaardag groots. Kleine L. had een lesvrije dag, ik was ook vrij en ik had een soort inloopverjaardag georganiseerd met tantes uit het zuiden en familie en vrienden van ver weg en dichtbij – iedereen welkom voor ontbijt, lunch, borrel en diner. Ik had wijn uit de Loire gekozen: ik werd immers 42 en de Loire is het 42e departement. Logisch toch? En net toen ik alles in huis had, ging het land op slot en feestten we klein, met z’n drietjes met een enorme kaasplank. Nog weken aten we de heerlijkste gerechten en langzaam dronken we de wijnkelder leeg. De wijn was heerlijk maar het was zo jammer dat ik die met niemand kon delen.
Nu mocht alles weer: een groot feest geven, op stap gaan, veel mensen bij elkaar verzamelen, doorgaan tot diep in de nacht… Maar wat deed ik? Overdag met familie naar Artis en einde middag een apéro en petit comité. Weinig spannend maar wel vreselijk gezellig en er was even goed heel lekker eten en drinken. Veel te veel lekker eten en drinken, dus we hadden weer zo’n week met allemaal restjes en over die wijnkelder doen we vast nog maanden. Het toeval wil dat het 44e departement de Loire-Atlantique is, dus ik kocht gewoon weer alleen maar Loire-wijnen tot genoegen van mijn gasten en vooral van mezelf. Het was heerlijk de wijn te kunnen delen.
Die restjes at ik overigens voornamelijk alleen, want ik had een positieve zelftest aan het einde van het weekend en feestte de hele week in mijn eentje tijdens de lunch en op afstand van echtgenoot J. en kleine L. tijdens het diner. Het was ook nog eens heerlijk weer. Daar zat ik dan, uit de wind in de zon, suf en moe, met hoofdpijn, maar ook met heerlijke hapjes en een snorrig servet – aandachtig verjaardagscadeau. Crackers en verse houmous met za’atar, knäckebröd met zalmpâté, notenbrood met kazen en crudités met yoghurt-fetadip. ‘s Avonds maakt ik pesto-aardappelen van de basilicum die over was (die ik de dag erna met wat veldsla weer als lunch at), een salade van de restjes groenten, geglaceerde radijsjes en worteltjes, een lenteachtig stamppotje van de laatste takjes zachte kruiden met knisperend verse raapstelen uit de groentetas en een knolselderijsoep met de restjes blauwe kaas. En toen was de koelkast echt leeg en mijn hoofd niet meer suf. Hup, de wereld weer in!
Die knolselderijsoep is super snel, gemakkelijk en lekker, ook in een ander seizoen – de herfst bijvoorbeeld; ook met andere groente – bloemkool of venkel bijvoorbeeld en ook voor heel veel mensen. Voor een feestje bijvoorbeeld. Het mag weer.

Knolselderijsoep met blauwe kaas
350 gr knolselderij, in stukken
2 uien, in stukken
2 tenen knoflook, in stukken
1 liter groentebouillon
100 gr blauwe kaas, verkruimeld
Peper en zout
Citroen
Olie of boter
Fruit de ui in wat boter of olie tot hij glazig is. Bak tegen het einde de knoflook even mee tot het geurt. Voeg de knolselderij en de bouillon toe en kook ongeveer 30 minuten.
Voeg de kaas toe en pureer met een staafmixer. Proef en breng goed op smaak met peper, zout en citroensap. Je kunt er voor de gezelligheid wat extra verkruimelde kaas of iets groens over strooien, maar ik vind hem glad het lekkerst met een goede draai peper en vers brood. Goed voor vier personen als lunch of voorgerecht. Eet lekker!


