Kwee

Vandaag waren mijn kleine neefje en nichtje spontaan allebei op bezoek. Het werd een vrolijke boel! Binnen no time was de onderste rij kookboeken uit de kast gehaald, werd de hele doos kapla omgekieperd en lagen alle boeken van kleine L. verspreid over de kamer, gezellig tussen de kruimels koek en restjes tomaat. Er werden dansjes gedaan op de bank, begeleid door live gitaar en ukelele en er werden knuffels afgelebberd. Poepgezellig, aldus mijn moeder. In een onbewaakt ogenblik bleken de boeven de fruitschaal ontdekt te hebben: de één zette net zijn tanden in een mandarijn (met schil!) en de ander de hare in een peer toen we het door kregen. Gauw legde mijn moeder de keukenschort over de schaal en ze leidde het tweetal vakkundig af. Vrolijk ruimden we na afloop de ravage weer op.

Dat deed me denken aan toen kleine L. een peuter was en in een kweepeer beet die in diezelfde schaal lag. ‘Hard, niet lekker!’, oordeelde ze en ze legde hem gauw terug, met zo’n mooi randje tanden erin. Hard was hij zeker. En lekker ook, maar op dat moment nog niet. Dat vind ik zo magisch aan kweeën: ze zien er prachtig uit, ze ruiken ook al zo heerlijk, maar rauw heb je er niks aan. Ze maken een ware transformatie door als je ze verwerkt.

Die kweepeer kwam uit de tuin. Tijdens het tuinieren met wat buren zag ik hem ineens hangen, zo prachtig lichtgeel met een delicaat donslaagje. ‘Hee een kwee!’, riep ik een beetje onnozel. Ik mocht er een paar plukken van het opperhoofd van de tuin. Fantastisch vond ik het, een zelf geplukte kwee en ik maakte er gauw kweeperenbrood van. Daarna heb ik er helaas nooit meer één zien hangen.

Sinds ik bezig ben met wijn, is kwee overigens een heel eigen leven gaan leiden in de vorm van aroma in wijn. Gisteren nog dronk ik een witte tempranillo (heel obscuur!) en ik had meteen associaties met kwee. Sinds de snuifdoos in huis is, heb ik die geur altijd bij de hand, maar eerder probeerde ik hem ook in huis te halen, om maar te kunnen vergelijken met de wijn in mijn glas. Ik vond een thee van linde en kweepeer, maar met die linde erbij werkte dat toch niet zo goed. Ik haalde membrillo bij de kaasboer, maar dat is veel te jammig (en veel te zoet ook, naar mijn smaak). Een verse kwee werkt dus het beste, maar die is er alleen in het seizoen.

En als het dan eindelijk seizoen is, koop ik ze en maak ik weer mijn eigen versie van membrillo. Het kost veel tijd en in je keuken is het na afloop net zo’n ravage als in je huis na het bezoek van twee peuters, maar je wordt er bijna net zo vrolijk van. Je kunt veel tegelijk maken, het blijft lang goed, de buurvrouw lust vast ook wel een stukje en het is écht veel lekkerder dan dat voorverpakte spul. En als je tijdens het snijden aan je handen snuft, denk je weer even terug aan dat heerlijke glas en weet je weer even wat de geur van kwee nou echt is.

Kweeperenbrood

1 kg kweeperen

500 gram suiker

½ tl kaneel

mespunt kruidnagel

zest van een citroen

Hierboven staan de verhoudingen, je kunt natuurlijk zo veel of weinig maken als je zelf wil. Weeg de kweeën af en erna de helft van het gewicht aan suiker. Snijd de kweeperen in vieren en kook ze ongeveer een uur in water tot ze gaar zijn. Verwijder schil en klokhuizen niet, daar zit veel pectine in en daar heb je later profijt van.

Schep ze uit het water en verwijder de klokhuizen zodra je ze kunt hanteren (de schil kun je laten zitten). Doe de kweeën met suiker, kaneel, kruidnagel en citroenzest in de keukenmachine en pureer tot het een fijne pasta is.

Doe de pasta in een pan en laat al roerend, op matig vuur inkoken tot een dikke brij die langzaam donkerder van kleur wordt. Dit duurt ongeveer een half uur.

Bekleed een bakplaat met bakpapier en spreid de pasta daarover uit. Laat een nachtje aan de lucht drogen. Soms is dat voldoende om de dag erna een stevige plak te hebben (je moet hem in reepjes kunnen snijden). Vaak laat ik het echter nog een half uurtje of wat in een heel lage oven (150º) drogen tot het de juiste consistentie en kleur heeft. Blijf erbij, want het kan ineens snel gaan.

Als je tevreden bent, snijd je de plak in kleinere plakken of repen. Bewaar ze in een blik of plastic bakje met bakpapier ertussen en serveer ze bij een kaasplank: de combinatie met manchego is natuurlijk klassiek, maar ik vind het zeker zo lekker bij een blauwe kaas of een ouwe geit. Je kunt dit kweeperenbrood een maand of drie bewaren, maar dat haalt het bij ons natuurlijk nooit, mede dankzij de buurvrouw. Kook vrolijk en eet lekker!

Plaats een reactie