Zakjes en pakjes



Al weken ben ik aan huis gekluisterd vanwege een knieoperatie en al word ik langzaam mobieler, koken blijkt geen sinecure! Ik maakte in het begin kopjes koffie in een thermosbeker die ik vervoerde in een rugzakje, samen met een stukje ontbijtkoek in een bakje en zelfs een keer met een lekker stukje appeltaart van mijn lieve onderbuurmeisje. Ik nam zelfs een koffieglas en een bordje mee – je moet je waardigheid toch een beetje behouden. Vanaf het moment dat ik in huis met één kruk ging lopen, kon ik ook bordjes van A naar B brengen. Lang staan ging echter niet, lang zitten niet en dat gescharrel in de keuken eigenlijk ook niet, dus echtgenoot J. stortte zich elke dag vol overgave op lekker eten. Iedereen die langs kwam nam de eerste weken een maaltje mee en af en toe aten we een pizza.

Ons arme kind moest zelf cupcakes voor haar traktatie maken terwijl ik ernaast zat op een krukje. En hoe stoer en trots ze ook was, ik vond het maar niks. Het liefst sta ik natuurlijk zelf in de keuken. Maar hoe doe je dat nou als dat eigenlijk niet kan en je toch lekker eten wil maken? Ik maakte een plan!

1- Gerechten verzinnen die gemakkelijk zijn, waar ik veel bij zou kunnen zitten of die in de oven garen zodat ik er niet bij zou hoeven blijven.
2 – Een wekkertje zetten, zodat ik maximaal tien minuten in de keuken zou staan. En dan dus echt gaan zitten als dat ding afgaat.
3 – Goed plannen.

Het werkte! Ik maakte koekjes die ik zittend uitstak, een soep waarbij ik alles tegelijk in de pan gooide en het later alleen maar hoefde te pureren, een tomatensaus van bliktomaten die op een zacht vuur smaak kreeg zodat ik maar af en toe hoefde te roeren, een verjaardags-chocoladetaart in drie etappes en ik kookte op een avond heel veel aardappelen, waarvan ik de helft een paar dagen later opbakte. Voor de verjaardag van kleine L. vroeg ik bovendien familie en vrienden om taart en soep te maken. Die deden dat natuurlijk met liefde.

En ik gooide mijn principe overboord en kocht zakjes en pakjes: voorgesneden en schoongemaakte groente, afbakbroden, gegaarde quinoa en gefileerde makreel. Het dieptepunt was een zak kant en klare pannenkoeken voor de verjaardag van kleine L. De kinderen proefden het verschil niet, de Onsnorrige zei dat ze trots op me was en de Wijnzuster zei: ‘Wát heb je gedaan!?’ Ik was het met beide eens.

Het hoogtepunt was een taleggiosaus van Valli Little, die hem serveert bij een pasta met erwtjes. Hij is erg lekker, je hebt er geen omkijken naar en ik gebruik hem al jaren voor van alles. Deze week moest ik er ineens aan denken. Er zat bloemkool in de groentetas, waar ik niet van hou. Ik dacht terug aan de wekelijkse, met zorg bereide sunday roast van mijn Engelse huisgenootmoeder in Londen van 20 jaar geleden, die gewoon een grote hand geraspte cheddar over haar gloeiend hete bloemkool wierp, zodat die langzaam bedekt werd met een laagje gesmolten kaas. Best lekker, voor bloemkool. En toen dacht ik dus aan die saus.

‘Héél lekker!’, oordeelde kleine L. Zij had nog nooit zo snel bloemkool naar binnen gewerkt en ik eerlijk gezegd ook niet. Kaassaus uit een pakje – maar dan lekker.

Kaassaus met taleggio

250 gr taleggio
150 ml room
Nootmuskaat
Peper
Zout

Snijd de taleggio in stukjes en doe in een vuurvast schaaltje met de room. Laat au bain marie zachtjes smelten, roer door en maak op smaak met de specerijen. Voilà!

Ik moet eerlijk zeggen dat ik nooit meer naar hoeveelheden kijk en zomaar een scheut room bij de kaas gooi. Deze hoeveelheid is voor ongeveer vier personen. Gooi de saus ook eens over je aardappelen, pasta of andere groente of door een lasagne. Als je hem gratineert, krijg je een mooi goudbruin korstje. Eet lekker!



Plaats een reactie