Marathon was het thema van het volgende apéro, aangedragen door meneer Wijnzuster. Hij zou de marathon van Zeeland gaan lopen en echtgenoot J. bereidde zich voor op de marathon van Amsterdam. Ik was ondertussen geopereerd aan mijn knie. Terwijl zijn sporthorloge na elke training juichend aankondigde dat zijn fysieke leeftijd alwéér lager was geworden, strompelde ik als een bejaarde door het huis, wat soms ook voelde als een training voor een marathon. Onze fysieke leeftijd begon nogal uiteen te lopen.
Maar goed, marathon dus. Ik had nog wat wijnen van obscure Griekse druiven liggen, maar de Wijnzuster zag me alweer aankomen. Het moest iets anders worden. Een kleine zoekactie online leerde me dat er niet alleen een marathon in Zeeland was, maar in hetzelfde weekend ook één in Limburg. Een wijnmarathon zelfs, met om de zoveel kilometer een slokje. Zo’n marathon leek me nogal ongezond, maar Limburgse slokjes kunnen erg lekker zijn en toevallig had ik net van mijn zusje, die aan de beurt was voor ons familie wijnabonnement, een paar mooie Limburgse flessen gekregen. Dat zou het worden!
Herstellende van die operatie kwam dat extra goed uit – de korte trip naar de wijnkelder op krukken zou haalbaar moeten zijn. Boodschappen doen en koken waren dat helaas nog niet. Na al die tijd van rust thuis, verheugde ik me enorm op een avond met een goed glas en lekker eten. Ik bestelde een stuk tonijn en een paar takken tomaten bij de Wijnzuster en op mijn bejaardentempo zette ik glazen neer, de snuifdoos en de wijnboeken. Er waren lekker vissige hapjes vooraf van de plaatselijke vishandel en het tweede gerecht was een rijke vissoep met rivierkreeftjes en kabeljauw. De Wijnzuster serveerde er een wijn bij uit, jawel, Zeeland! Het was een Auxerrois van de Kleine Schorre – de wijnmaker die vindt dat de wijnen bij lekkers uit de zee moeten passen. Nou dat deed het! De wijn was een beetje floraal in de neus met wat steenfruit met in de mond een licht tinteltje met aroma’s van peer, citrus en honing. Mooi in balans.
Ik zei natuurlijk niks en opende mijn fles ‘Lèmburgse wien’ van Landgoed Overst, zo’n paars-rode wijn van Dornfelder met een beetje Regent. Daarin ontdekten we heel andere geuren: braam, viooltjes, rode bes en hij was zacht, kruidig en sappig als je een slokje nam. De soep was zo rijk dat we de tonijn even oversloegen – maar twee Nederlandse wijnen op één avond, dat was toch wel erg leuk.
Een paar weken later was de marathon van Amsterdam. Mrs Elegance kwam over met man, maar ik kon nog steeds niet echt koken. Ik probeerde mijn altijd lekkere appelkoek en pompoen-linzensoep te maken die weinig tijd kosten en die je voor een goed deel zittend kunt maken, maar het diner was een co-productie van echtgenoot J. en Mrs Elegance. We hadden voor het eerst ooit een weekmenu gemaakt, met vooral veel eiwitten erin als voorbereiding op de marathon en de laatste avond stond er pasta carbonara op het menu. Ik hield mijn hart vast want eerdere carbonara’s van echtgenoot J. waren niet zo’n succes, maar dit was lekker, met broccoli en sla erbij.
Het lekkerste die avond was echter de Chassange Montrachet uit 2015 die mijn ouders een paar jaar geleden mee brachten van hun reis langs Bourgondische wijnhuizen. En daar kan toch echt geen Limburgse, Zeeuwse of obscure Griekse druif tegenop!

