Framboos is mijn lievelingsfruit. Mijn oma met haar geweldige fruittuin had altijd een vergiet frambozen op het aanrecht staan, roerde steeds maar in een enorme pan jam, haar keuken geurde elke dag naar ingemaakt fruit en we aten de hele winter verse jammen en sapjes. Tenminste, zo herinner ik me dat.
Ze kon heel beeldend en geestig vertellen over alles wat mis kon gaan bij het maken van jam en toen ik studeerde schreven we elkaar briefjes, waarin ze eens beschreef hoe haar ‘kostelijke vocht’ tot drie keer toe over het aanrecht stroomde omdat ze weg was gelopen bij het fornuis.
Aardbei is mijn tweede lievelingsfruit. Mijn oma’s familie teelde aardbeien en aan het einde van het seizoen mochten we de resterende vruchten plukken en meenemen. Daar gingen we, mijn oma, mijn moeder, de tantes en ik en met kilo’s aardbeien kwamen we dan thuis, waarna mijn moeder kortstondig transformeerde in mijn oma. We aten aardbei op brood, aardbei in de yoghurt en tussendoor, we dronken vers aardbeiensap, aten aardbeienjam en aardbeienijs. Dagen achtereen aardbeien en de hele dag maar door. En als het op was, was het gedaan – dan aten we weer gewoon een appel of een banaan. Tenminste, zo herinner ik me dat.
Geen wonder dat ik als kind alleen maar aardbeienijs en frambozenijs at. Het kan er ook mee te maken hebben dat we vooral op vakantie ijsjes aten én dat we altijd naar de Franse Alpen gingen én dat ik maar één frans zinnetje kende én dat ik te schijterig was om gewoon aan te wijzen welk ijs ik wilde. Dus ik zei steeds maar weer: ‘Une glace s’il vous plaît, framboise et fraise’. Dat at ik dus de hele vakantie. En dat is niet alleen zo in mijn herinnering.
Nu was ik deze zomer met kleine L. in Frankrijk. Ze experimenteerde met bonjour, merci, au revoir, jus de pomme, arrête (dat riepen alle vrouwen tegen hun kinderen en honden) én met framboise et fraise.
Aardbeienijs heb ik al heel vaak gemaakt, in allerlei varianten omdat ik het vers zo ontzettend lekker vind. Net als kleine L. dus. Deze versie, gebaseerd op Elizabeth David is lekker eenvoudig maar, zoals ze zelf zegt ‘perhaps the best of all’. In een machine gedraaid vind ik hem het allerlekkerst, maar op een stokje bleek het ook heerlijk. Weer een herinnering erbij.

Aardbeienijs
450 gr aardbeien, ontkroond
115 gr suiker
70 ml water
kneep vers citroensap
kneep vers sinaasappelsap
70 ml slagroom
Maak een suikerstroop door de suiker en het water langzaam aan de kook te brengen en dan 5 minuten zachtjes te laten koken. Laat afkoelen. Doe aardbeien, fruitsappen en suikerstroop in een maatbeker en pureer met de staafmixer. Passeer door een zeef als je geen zaadjes in je ijs wil.
Als je een ijsmachine hebt: meng de room door je puree en karn in je machine.
Als je geen ijsmachine hebt: klop de room voor voller ijs (ik was dat vergeten en het was toch lekker) en spatel voorzichtig door je puree. Giet het in ijsvormpjes en zet ze in de vriezer. Eet lekker!

