Nét niet

Een paar weken geleden belde mijn moeder: of we thuis waren, want dan kwamen ze even op en neer met asperges en aardbeien, vers uit Limburg. En ze kwamen hoor, met twee grote bakken aardbeien van de boer waar mijn broertje ze een kleine 20 jaar geleden nog plukte en met een grote bos piepende asperges – supervers. Mijn moeder had ze zorgzaam in een natte theedoek gewikkeld en ik legde ze al even zorgzaam met doek en al meteen in de groentela. Toen ze weg waren schilde ik de asperges rustig en zorgvuldig met een lekker glas.

Dat lekkere glas was een Sancerre – altijd fijn bij asperges. De dag ervoor was ik op zoek gegaan naar een fles, ervan uitgaande dat mijn ouders ons aanbod om de asperges te betalen zouden afslaan. Een goede motivatie voor extra lekkere wijn. De dag ervoor had ik ook, op weg naar een spontaan glas bij de Wijnzuster, een fles Quincy uit de kelder mee gegrist. Ik had, om eerlijk te zijn, geen idee wat voor wijn het precies was en ik had er al helemaal geen idee van dat het een wijngebiedje in de buurt van de Sancerre is en dat beide wijnen gemaakt worden van sauvignon blanc. Ik moet nog veel leren.

Mijn nieuwe vriend Kees (van de Smaakimporteur) heeft een neus voor mooie wijnen die nét buiten een beroemde appellatie worden gemaakt, net als de Chitry. Deze Quincy, een soort Sancerre dus maar nét niet, was echt heerlijk! Floraal en aromatisch, geurend naar citroen, steenfruit en natte steen. Heel aangenaam mineralig, met een beetje een vettig mondgevoel, echt een verrassing. Volgens mijn andere nieuwe vriend Cees (van Casteren) betekent dat vettige mondgevoel dat er sprake is van sur lie: de gist blijft in de fles, wat zorgt voor een rondere wijn met meer body. En een vettig gevoel dus.

Tijdens het schillen van die asperges dronk ik dus wel een echte Sancerre. Lekker hoor: droog, citroenig en mineralig, maar bleker en minder in balans, hoger in de zuren en niet zo aromatisch. Keurig, maar niet zo spannend. Ik vond het tijdens het schillen ineens jammer dat we de Quincy niet hadden bewaard voor bij de asperges en ik bestelde stante pede nog wat flessen.

Ik verdiepte me een beetje in die twee wijnen en leerde dat de Loire hip is vanwege de lichte, kruidige, minerale stijl en omdat de Loire het epicentrum zou zijn van de vin nature. Ik heb niet zoveel met vin nature, maar zeker wel met de Loire! De Sancerre had silex, vuursteen, als ondergrond, de Quincy zand en grind; de Sancerre was ingetogen en de Quincy wat explosiever, maar het wordt toch allebei gezien als Sancerre-stijl. Interessant. En een feest om onverwacht zo kort na elkaar te proeven.

De asperges waren ook een feest en ik maakte ze heel klassiek met goede ham, aardappelen, een eitje en botersaus met peterselie en citroen. Van de schillen trok ik een bouillon waar ik een lekkere soep mee maakte voor de dag erna. De aardbeien aten we vooral zo op maar ze inspireerden me om weer eens aardbeienjam te maken, samen met de stengels rabarber uit de groentetas en ik gaf mijn moeder een grote pot cadeau voor haar verjaardag. Belabberde ruil natuurlijk, twee kilo verse aardbeien en een pond asperges tegen een potje jam. Van het geld dat je uitspaart met dat potje jam koop je in ieder geval zeker geen fles Sancerre, maar ik weet wel waar mijn moeder blijer van wordt.

Morgen is het aspergeseizoen officieel voorbij en het is er niet van gekomen om nog eens zulke lekkere asperges te maken. Dat wordt weer een klein jaar wachten. Dat gaan die Quincy’s in de kelder niet halen vrees ik. Nét niet.

Plaats een reactie