Vlak voordat de vriendin van mijn broertje zou bevallen, kreeg ze het bakvirus te pakken. De familie-app stond vol met mooie foto’s van chocoladesoezen, stromboli en brood. Heel veel brood. En toen beviel ze van een prachtige dochter en overstroomde de app met foto’s van dat mooie meisje. En van brood. Echt! Heel veel foto’s van die kleine schoonheid en heel veel foto’s van brood. Brood afkoelend op een rooster, aangesneden brood op een plank, brood in een gietijzeren pan, kleine broodjes in de pizzaoven, ongebakken brood in een broodvorm, brood met pitten, filmpjes van knisperend brood net uit de oven. ‘Baby of geen baby – brood moet gemaakt worden!’, aldus mijn broertje.
Toen wij voor de tweede keer in quarantaine moesten, dacht hij blijkbaar: ‘Quarantaine of geen quarantaine – brood moet gemaakt worden!’ Nadat ik op dag 1, aangestoken door het broodvirus (niet dat andere virus gelukkig!), mijn lievelingsbrood bakte en er een foto van op de app zette, werd er op dag 2 een enorme doos bezorgd met een prachtige Franse broodbakvorm erin. Cadeau van mijn broertje en zusje. In de avond las ik me weer even goed in, op dag 3 kreeg ik een college autolyse van mijn broertje en op dag 4 lunchten we met het eerste brood uit die vorm. Geweldig. Echtgenoot J. heeft het nu ook te pakken en bakte vandaag een vlechtbrood van het pizzadeeg dat over was van het pizzafeest van gisteren. Besmettelijk virusje.
Bijna 20 jaar geleden woonde ik een tijdje in Londen en als afscheidscadeau kreeg ik van D&L een mini-muffinvorm en een boekje met Muffins, scones and breads. Fresh from your home oven. Ze zeiden er voorzichtig bij dat het een nogal tuttige uitgave was van The Australian Women’s Weekly, maar dat de recepten wel oké leken. En of ze oké waren! Ik gebruik het nog altijd en er staan, zeker voor die tijd, nogal wereldse broden in zoals roti en chapatis. Het basisrecept voor wit brood gebruik ik heel vaak als basis voor mijn broden. Het is eenvoudig te maken, zacht van smaak en textuur en je kunt gemakkelijk variëren met verschillende soorten bloem, noten, pitten en vormen. Het brood op de foto is een rond vlechtbrood (op verzoek van kleine L., ze is gek op vlechten), gebaseerd op dat recept en gemaakt met spelt, wit bloem, sesamzaad, maanzaad en nigella. Het brood in de mooie bakvorm is het meest eenvoudige brood dat bestaat: bloem, water, zout en gist. Ook heerlijk. En nu ga ik maar eens experimenteren met die autolyse. Tijd genoeg.
Let bij er bij brood bakken op dat je water niet te warm is (zo’n 25°C), anders werkt de gist niet zo goed. Ook direct contact tussen zout en gist heeft invloed op de werking van het gist. Meng daarom het zout eerst goed door de bloem. Met droog gist kun je het gist meteen mengen met de bloem. Ik breng het gist echter graag eerst aan de gang – het ziet er mooi bubbelig uit en het is meteen een test of je gist nog werkt. Als je verse gist gebruikt, moet je dat overigens sowieso doen. Als je zwaarder meel gebruikt, zoals volkoren meel of spelt, is je brood compacter en moet je vaak wat meer vocht toevoegen. Wat extra gist kan ook werken. Ik werk met de keukenmachine, maar als je die niet hebt en met de hand kneedt, moet je dat wel een kleine 10 minuten volhouden. Mijn oven heeft een rijsfunctie, maar toen ik die nog niet had, zocht ik gewoon het warmste (tochtvrije!) plekje van het huis op: in de zon, bij de ketel, in de badkamer als de droger aan staat of onder een deken. Het kost een beetje tijd, dat brood bakken, maar die geur in je huis alleen al maakt het de moeite waard om het eens te proberen.

Brood
400 gr bloem
10 gr droge gist
125 ml warm water
2 tl suiker
1 tl zout
30 gr boter, gesmolten
125 ml warme melk
Mix water, suiker en gist met een garde in een vrij hoge kom (ik gebruik een kleine maatbeker). Dek af met folie en laat zo’n tien minuten staan. Weeg als dat staat te bubbelen de andere ingrediënten. Melk en boter verwarm ik bij elkaar in een pannetje, want ik heb geen magnetron (dat werkt vast ook). Meng de bloem met het zout.
Kijk na een minuut of tien of er leven zit in je gistmengsel. Mijn ervaring is dat dit erg wisselend is – soms rijst het de maatbeker uit en soms zijn de bubbels heel bescheiden – maar een beetje ontwikkeling is wel nodig. Laat het eventueel nog een beetje langer staan.
Als je een keukenmachine hebt doe je nu bloem, melk-botermengsel en gistmengsel in de mengkom met de deeghaak. Draai tot het een bal is, stort op een met bloem bestoven werkvlak en kneed nog even door. Als je geen keukenmachine hebt, meng je alle ingrediënten in een grote kom tot het pakt.
Stort het dan op een met bloem bestoven werkvlak en kneed een kleine 10 minuten. In beide gevallen leg je de deegbal in een licht ingevette schone kom en dek je die af met een vochtige theedoek of met folie. Zet op je warmste plekje en ga een uurtje of wat iets leuks doen.
Stort het na een uurtje (als het goed is, is de bal dan ongeveer twee keer zo groot) op een met bloem bestoven werkvlak en kneed nog even door. Vorm het brood dan zoals je wil: een bol, een rechthoek of een vlecht. Of rol het op en leg het in een ingevette en met bloem bestoven bakvorm.
Laat nog een half uurtje afgedekt rijzen, bestrooi eventueel nog met wat bloem of zaden en bak ongeveer 45 minuten op 200°C. Het brood is gaar als het hol klinkt als je op de onderkant klopt. Laat afkoelen op een rek en eet gewoon dat hele brood diezelfde dag nog op of maak de dag erna wentelteefjes van de restjes. Eet lekker!






