Nauwelijks een recept

De Onsnorrige had een leuk idee: zij zou voor wijnen zorgen zodat we allebei blind konden proeven, de Wijnzuster en ik. En of wij dan even voor het eten wilden zorgen. Nou, en of we dat wilden! De Onsnorrige drinkt geen rood en de Wijnzuster houdt er niet zo van, dus we besloten een licht menu te maken waar lichte wijnen bij zouden passen.

Ik had zin en tijd om te experimenteren en hoefde bovendien niet over de wijn na te denken, dus ik maakte van alles. Ik rookte een stuk zalm en legde er de laatste paar minuten een kippendijtje bij, zoutte en grilde aubergines in de grillpan en roosterde tomaten in de oven. De zalm verwerkte ik in een oeuf en cocotte als voorgerechtje. De Wijnzuster had stiekem toch een fles koud gezet en schonk er een mooie champagne bij. Daarna ging het los. De Wijnzuster en ik zetten alle andere gerechtjes op tafel en dat zag er geweldig uit. Er was brood, makreelsalade, geroosterde tomatensalade, gegrilde aubergine met knoflook, basilicum en een pepertje, een geroosterde Crottin met sla, een schaaltje vers gemarineerde olijven en dat kippendijtje, dat nog een uurtje in de sous-vide was geweest. We sloten af met een vers appeltaartje en vanille-ijs.

Het was verukkelijk. De wijnen waren al even verrukkelijk, maar we bakten niks van het blinde proeven. De Onsnorrige had een Portugese en een Spaanse Alvarinho/Albarino meegenomen die allebei zo spannend en aromatisch waren, met geuren van honing, perzik en kweepeer, dat ik een totaal andere druif in mijn hoofd had. De Syrah uit Chili – ze had stiekem toch rode wijn meegenomen – was zo licht van kleur en geurde zo aards en stallig dat ik hem er zelfs even van verdacht een Pinot noir te zijn. Ach ja.

Ik had behoorlijk arbeidsintensieve gerechten gekozen, maar na afloop van dit feestmaal kwam twee maal het verzoek om het recept van de tomatensalade te delen. Dat was nauwelijks een recept te noemen, niet meer dan drie regels op een beduimeld kaartje, zonder hoeveelheden, tien jaar geleden snel opgeschreven nadat ik iets in een tijdschrift had gelezen. En bovendien niet veel meer werk dan tomaten snijden, op een bakplaat vleien en in de oven schuiven. Ik doe eigenlijk altijd maar wat. Daar sta je dan, met je rookoven, grillpan en sous-vide! Maar, toegegeven, hij ís ook lekker, die salade. En eenvoudig. En hip zelfs, als je wil, omdat het slow roasted en vegan is.

Dus hierbij een recept dat eigenlijk geen recept is, slechts een lijstje ingrediënten met wat aanwijzingen. Zowel warm als koud lekker (niet té koud), bijvoorbeeld met knapperig brood als een voorgerecht, als onderdeel van een (lunch)buffet of als bijgerecht bij vis of vlees. Goed te bewaren ook, dus maak lekker een hele plaat. Zo heb je de dag erna wat smakelijks op je boterham met kaas, kun je een salade opleuken of draai je snel een extra lekkere tomatensoep. Gebruik wel goede ingrediënten, dat maakt een groot verschil.  

Salade van geroosterde tomaten

Tomaten

Rode ui

Olie

Rode wijnazijn

Peper en zout

Verwarm de oven voor op 190°C. Vierendeel de tomaten en snijd de uien in ringen. Meng met olie, breng goed op smaak met peper en zout en leg op een met bakpapier beklede bakplaat. Rooster 15 minuten en temper de oven dan tot 170°C. Bak nog ca. 45 minuten, maar houd de uien in de gaten, die kunnen snel verkleuren. Als je oven zijn vocht niet goed kwijt kan, kun je af en toe de ovendeur even openen om de stoom te laten ontsnappen. De tomaten zijn goed als ze wat vocht hebben verloren (maar zeker niet zoveel als gedroogde tomaten) en lekker ruiken.

Meng ze nog warm met olie en azijn naar smaak. Als je deze instructie te vaag vindt, maak dan eerst eens een klassieke vinaigrette (olie:azijn = 3:1) en voeg steeds een beetje toe totdat het je goed lijkt. Je kunt dan later wel proeven of je de verhouding goed vindt en aanpassingen maken voor de volgende keer. Alleen azijn besprenkelen over de warme groenten kan ook als je niet te veel olie wil gebruiken, die heb je immers ook al gebruikt bij het roosteren. Eet lekker!

Plaats een reactie