Eindelijk eetclub

Tjonge, wat was het warm. We aten de hele week een gemakkelijk en laat maar lekker maal op het balkon: pasta arrabiata, mie met eicurry, watermeloen met feta, bieten met linzen en cantaloupe met burrata en parmaham.

Maar… vrijdagavond ging het loos in de keuken: zaterdag kwam mijn eetclub weer! In januari aten we voor het laatst samen, het diner op 14 maart bliezen we maar af (het was mijn beurt en de inkopen waren al grotendeels gedaan – we hebben heel lekker gegeten die eerste week van de lockdown!), we hielden tussendoor goed contact en we borrelden zelfs nog een keer digitaal, maar dat was toch niet hetzelfde als uren aan tafel zitten.

Ik paste het menu van maart aan, stond anderhalve dag in de keuken, één van ons liet zich nog even op corona testen, ik dekte de tafel met goed veel afstand en toen was het echt zover! Het was zo heerlijk om weer eens uitgebreid te koken, nieuwe dingen uit te proberen voor mensen die daar altijd voor in zijn, te starten in de pluktuin onder de wijnbladeren met een bubbel, uren te tafelen, te ontdekken dat de wijn-spijs combinaties mooi waren en om iedereen even na twaalven tevreden weer uit te zwaaien.

Ik kreeg het thema verbinding mee en zocht allerlei manieren om dat thema te verwerken: de vorm van het eten, dierbare herinneringen, culinaire gewoontes, verbondenheid met vrienden, de wijnboer of mijn stad en the science of cooking. Ik liet me dit keer onder andere inspireren door Sergio Herman en Ottolenghi met zijn Nopi en Sweet, sloeg aan het experimenteren met de sous-vide en aan het einde van de rit stond dit op tafel.

Een rond vlechtbrood, Jordanese balletjes, komkommersoep met ingelegde zalm (zelf gedaan, bleek niks moeilijks aan), burrata met gekonfijte groenten (sous-vide!), een spoom van watermeloen, pastilla met kip, een kleine kaasplank en een dessert met panna cotta van yoghurt, gemarineerde sinaasappel en ijs van walnoten en chique Sidr honing uit het Midden-Oosten. De crème anglaise voor het ijs maakte ik ook in de sous-vide (dat werkte geweldig) en toen ik nog een beetje tijd over had, bakte ik er nog even een kaneeloublie bij. Tjonge wat was het lekker. Toen ik iedereen had uitgezwaaid wachtte me, ondanks de goede planning en het bijhouden van de vaat, een aanrecht vol vieze glazen, borden en bestek. Zelfs daar werd ik gelukkig van en ik ruimde op m’n gemak nog een uurtje op. Eindelijk eetclub!

Ik was zelf nogal enthousiaste over het gerecht met de gekonfijte groenten, ook omdat mijn dierbare verse verveine erin zat verwerkt, maar ik moet eerst even uitvogelen hoe ik hetzelfde effect kan krijgen zonder sous-vide. Ik deel wel graag de panna cotta met sinaasappel, dat is minder specifiek en bewerkelijk. Het ijs kun je zelf maken maar ook gewoon kopen natuurlijk (walnoot was lekker, walnoot én honing was wel erg veel smaak) en een oublie ook. Een kattentong lijkt me ook lekker en dat is gemakkelijk zelf te maken zonder oublie-ijzer. En gemakkelijk te kopen ook trouwens. Als je geen kleine vormpjes hebt voor de panna cotta, kun je ook een grotere vorm nemen en er plakken van snijden, het moet dan wel wat langer opstijven. Als je geen gelatine wil gebruiken, kies dan voor agar-agar. Strooi er wat poedersuiker vermengd met kaneel ter decoratie eromheen, als je daar zin in hebt. Van de marinade van de sinaasappel maakte ik overigens met de bodem bubbels die nog in de fles zat een soort kir en dat was er erg lekker bij. En tot slot: alleen de panna cotta met sinaasappel zonder al die fratsen is ook al mooi voor gewoon een lekker en goed te maken dessert.

Panna cotta van yoghurt met gemarineerde sinaasappel

2 blaadjes gelatine

325 ml volle melk

175 gr Griekse yoghurt

80 gr fijne suiker

Zest en sap (30 ml) van een citroen

Zest van een sinaasappel

Kaneelstokje

Voor de sinaasappel

2 sinaasappelen

Poedersuiker

1 tl oranjebloesemwater

Zet alle ingrediënten klaar. Leg de gelatineblaadjes in een diep bord met koud water en laat even weken. Verwarm de melk met suiker, zest en kaneel tot het aan de kook is. Haal de pan van het vuur, roer de gelatineblaadjes erdoorheen tot de gelatine is opgelost. Laat staan tot de melk lauw is. Let op dat de gelatine nog niet gaat werken!

Zoek ondertussen vier puddingvormpjes van 150 ml of kies een grotere waar 600 ml in past, zoals een kleine tulband of cakevorm. Spoel de kleine vormpjes even af met water, zo komt je panna cotta er gemakkelijker uit als je gaat storten. Je kunt een grotere vorm ook licht bestrijken met een neutrale olie of bekleden met huishoudfolie. Of kies een mooie schaal en schep het er gewoon uit – dan hoef je niks te storten.

Klop vervolgens de yoghurt glad en giet de melk er door een zeef bij. Roer alles rustig maar goed door elkaar, voeg door de zeef het citroensap toe en roer nog een keer. Verdeel over de vormpjes en zet zo’n vier uur in de koelkast.

Maak ongeveer een kwartier voor het serveren de sinaasappel (eerder kan ook, dan zet je het koud weg). Snijd boven een kom de schil van de sinaasappel met wit en al los, zodat het vruchtvlees tevoorschijn komt. Daar heb je een scherp mes voor nodig of één met kartels. Snijd dan de partjes sinaasappel tussen de vliezen uit boven diezelfde kom en knijp het restje vliezen nog even goed uit. Als het goed is, heb je nu een bakje met het opgevangen sap en de sinaasappelparten. Voeg het oranjebloesemwater toe en een beetje poedersuiker, afhankelijk van de zoetheid van de sinaasappel en je smaak. Zet een kwartiertje koud weg.

Als je zover bent, stort je de panna cotta op een bord en leg je er gezellig wat sinaasappel bij. Je kunt de marinade over de puddinkjes gieten en/of, zoals ik deed, wat ijs of een koekje toevoegen. Eet lekker!

Plaats een reactie