Erwtengeluk

Een hele week waren we op pad in Brabant langs (bonus)familie en we werden werkelijk overal hartelijk ontvangen met taart, lunch, borrel of diner. Brabantse worstenbroodjes, kazen, risotto met langoustines, asperges met ham en geitenkaas, aardbeientaart, fruitsalade, koffiebroodjes, gemarineerd lam, chique Eton mess, beschuitenbollen en eierkoeken. Het brood kwamen heel aandachtig van ‘mijn’ oude bakker. We reden tot slot terug naar huis via de jarige Onsnorigge die – behoorlijk snorrig – gemarineerde aubergines, burrata, twee pasta’s en twee desserts serveerde en een heerlijke (Portugese!) Vermentino schonk. 

‘Vandaag maar even veel groenten en geen wijn,’ besloten we de ochtend erna. Ik vond in de groentenla nog een klein stronkje Chinese kool waar ik voor de lunch een soort coleslaw mee maakte met walnoten en rozijnen. Dat was een goed begin. Nichtje R. die in ons huis had gelogeerd tijdens onze afwezigheid had drie joekels van vleestomaten van de markt achtergelaten, een grote bos peterselie en een bos basilicum. Daar kon ik wel wat mee. Ik herinnerde me ook ineens dat de erwten nog geoogst moesten worden die we in het voorjaar in de moestuin gezet hadden! Dus na de lunch gingen kleine L. en ik de tuin in, gewapend met een emmer en een teiltje, net als vroeger. De slakken waren ons voor geweest, net als enkele buren denk ik. En het idee dat het oogsten wel kon wachten tot na de roadtrip door Brabant was een inschattingsfout. In het teiltje lag een zielig hoopje erwt, nog geen 100 gram. Ach. We hadden toch lol samen, dopten wat er te doppen viel, plukten nog wat munt, gingen weer naar binnen en ik vroeg echtgenoot J. om op de terugweg toch wat diepvrieserwten mee te nemen. De erwten die al aan het verschrompelen waren heb ik te drogen gelegd, hopelijk kunnen we die volgend jaar planten. De mooie erwten gaan in de risotto vanavond.

Erwten zaaien was een corona-thuisonderwijs-lesje met dank aan mijn collega met moestuin. Zorgvuldig legden kleine L. en ik de erwten in vermiculiet, de plantjes vervolgens in kleine potjes aarde en uiteindelijk in de tuin. Het was een project met hindernissen: slakken, harde wind, buurkinderen die de rekjes weg haalden om ermee te spelen – ik heb de plantjes herhaaldelijk weer de grond in gestopt en tegen het rek aan gevleid. En uiteindelijk heb ik ze dus nog verwaarloosd ook. Dat zou mijn opa nou nooit overkomen zijn, die leefde voor zijn moestuin. Hij had ieder jaar erwten en aan erwten is mijn mooiste herinnering aan zijn moestuin verbonden.

Wanneer de erwtjes geoogst werden, zat mijn oma als een koningin onder ‘het afdakske’, omringd door haar dochters en schoondochters, ieder met een emmer of teiltje tussen de benen. Hun monden stonden niet stil en hun handen waren voortdurend in beweging, wat het prachtige getik veroorzaakte van de verse erwten die in de emmers stuiterden. Als kind wilde ik niets liever dan daarbij horen, ik sloeg het gade van een afstandje en verlangde ernaar één van hen te zijn, deel te mogen nemen aan hun gesprekken over het leven waar ik geen bal van snapte. Toen ik een jaar of tien was, was het zover: intens gelukkig zat ik doodstil, met open oren, ontzettend traag erwten te doppen tussen mijn oma en mijn 8 tantes. Een jaar later overleed mijn opa, dus veel erwten heb ik niet gedopt. Ik dop echter geen erwt meer zonder gelukkig te zijn.

Risotto dus. Er zijn veel recepten met erwt. Je hebt natuurlijk de klassieke Risi e Bisi met ham, Sarah Raven maakt er een puree van die ze door de risotto draait, Locatelli doet dat ook en voegt worstjes toe en Jamie Oliver houdt de erwten heel en voegt er geitenkaas aan toe. Ik houd van citroen en maak deze risotto ook wel eens met dubbel gedopte tuinbonen. Dat is bewerkelijk maar heel lekker. De grote tomaten gingen in een tomatensla met basilicumolie. Ik maakte een grote hoeveelheid van de hele bos en draaide toen de sla af was door de resterende basilicumolie wat parmezaan, pijnboompitten en knoflook. Zo kan ik later deze week nog iets lekkers maken met verse pesto.

Groene risotto met geitenkaas en citroen

2 tenen knoflook, gehakt

1 ui, gesnipperd

2 stengels bleekselderij, in kleine stukjes

250 gr erwten, vers of uit de diepvries

150 gr risotto

Scheut witte wijn

1 liter groentebouillon (eventueel zelf gemaakt, Onderbroekensoep)

Handje peterselie, gehakt

Handje basilicum, gehakt

Half handje munt, gehakt

Handje geraspte parmezaan

Zo’n 50 gr zachte geitenkaas in vlokjes

Twee klontjes boter

Olijfolie

Zest en sap van een halve citroen

Peper en zout

Zet een pan water op voor de erwtjes. Verhit een klontje boter en een scheut olie op laag vuur en fruit ui, bleekselderij en knoflook een minuutje of tien. Voeg de risotto toe en roer totdat alle korrels een glanzend laagje hebben. Voeg de wijn toe en roer totdat alle wijn opgenomen is. Voeg nu een soeplepel bouillon toe, roer en zorg ervoor dat alle korrels onder staan. Blijf geregeld roeren en voeg steeds een lepel bouillon toe als het vocht is opgenomen. Ga zo door totdat de risotto gaar is – dat duurt een minuut of 20.

Blancheer na ongeveer 15 minuten de erwtjes: zo’n vier minuten voor diepvrieserwtjes, zo’n 6-8 minuten voor verse erwten. Als je risotto klaar is, roer er dan ferm een klontje boter en de parmezaan doorheen, doe een deksel op de pan en zet een paar minuten weg. Giet de erwtjes af en zet de kruiden, specerijen, citroen en geitenkaas klaar. Doe de deksel van de pan, roer vlot de groene kruiden, erwtjes, zest en sap door de risotto en proef. Breng op smaak met peper en zout en werk er als laatste losjes de vlokjes geitenkaas doorheen. Dien op en zet extra parmezaan op tafel voor de liefhebber. Goed voor twee personen en lekker met een tomatensla en wat brood. Eet lekker!

Plaats een reactie