‘Mag ik bij jou?’, vroeg kleine V. de vriendin van kleine L. op het schoolplein. Ze wil altijd graag bij ons spelen, omdat ze de aandacht van kleine L. dan niet hoeft te delen met haar zus. Dat mocht. Dus na een korte schooldag kwam ik thuis met twee meisjes. Terwijl kleine L. haar nieuwe huisslak Pakkie liet zien, die gezellig met wat blaadjes sla, een paar stenen, een knikker, een leeg slakkenhuisje (leuk gezelschap), een munt, een botje en een AH-winterlandschaphuisje in een potje zat, berichtte de Wijnzuster: ‘Mag ik dan bij jou?’ Ze moest haar huis even een paar uur verlaten om praktische redenen. Dat mocht ook, dus even later zaten we gezellig met z’n vieren aan de lunch.
Sinds we op een Coronaconcert in de tuin dat akelige lied zongen, zingen we het hier te pas en te onpas en het liefst een beetje vals. Mensen willen heel vaak bij ons, er gaat eigenlijk geen week voorbij zonder dat we gasten hebben. Ik houd ervan, zo’n volle tafel, zo’n huis dat geurt naar lekker eten, een verzameling vuile glazen, ik houd zelfs van een aanrecht vol opgestapelde borden en pannen. Deze lunch was overigens heel beschaafd.
Ik maakte snel even een groene nix in the fridge salade, die verrassend goed uitpakte. Ik neig om één of andere reden altijd naar een mediterranige salade met een klassieke vinaigrette als ik snel iets moet maken. Ik had nu echter Chinese kool in de groentenla liggen, lente-ui en verse sojabonen en ik moest ineens denken aan de komkommersalade met sesam die ik ooit at in een achterafstraatje in Bejing. Zo lekker! Zo’n dressing leek me wel wat.
Ik maak vaak een dubbele hoeveelheid dressing in een potje. Ingrediënten erin, even goed schudden, stukje afplaktape met de datum erop en je hebt voor de rest van de week dressing, ook als je alleen even een lepeltje nodig hebt voor over een eenzame tomaat. Rick Stein geeft een recept voor een dressing die hij Orléanais noemt. Hij is heerlijk en heeft een mooie substantie: 8 el goede olijfolie, 2 el goede rode wijnazijn, 1 tl Dijon mosterd en een teentje geperste knoflook dat je met wat zout tot een pasta wrijft. Alles in het potje en schudden maar! Zo’n potje heb ik eigenlijk standaard in de koelkast staan. Stein doet er ook nog wat suiker bij. Dat vind ik meestal niet zo nodig.
Met deze salade was het overigens eigenlijk meer een kwestie van assembleren dan van koken. Als ik hem nog eens zou maken, zou ik er ook wat geroosterde sesamzaadjes over strooien én ik zou de dressing verdubbelen en bewaren voor later in de week. In een potje. Met een omelet met gember, knoflook en lente-ui en wat brood erbij, heb je alweer bijna een maal. Gebruik vooral wat je in de koelkast hebt liggen en waar je zin hebt, maar dit is wat ik ongeveer deed.
Terwijl wij de sla achter de kiezen hadden en een espresso dronken, kreeg Pakkie ook een vers slablaadje en wat water van de meisjes. We verruilen morgen het potje maar eens voor de tuin, maar wel op een afstandje van mijn erwten.

Groene, beetje aziatische salade (voor 2)
Twee handen lekkere sla
Enkele bladen Chinese kool, in grove stukken gesneden
Een paar lente-uitjes, in grove schuine stukken
Twee handen jonge sojabonen
Een halve kleine komkommer
Een handje alfalfa
Een handje cashewnoten
1 el arachideolie
1 el sesamolie
Kleine teen knoflook van een raspbordje of uit de pers
½ el azijn (ik gebruikte Italiaanse dolce agro, dat licht zoete was hier juist wel lekker)
Paar druppels tamari (of andere sojasaus)
Peper en zout
Meng de groenten in een schaal. Maak een dressing van de oliën, azijn, knoflook en tamari. Proef en breng eventueel verder op smaak. Schep de dressing door de sla en meng de noten erdoor. Eet lekker!

