‘Even mijn Snuifdoos pakken hoor, ik denk dat ik viooltjes ruik.’ Echtgenoot J. had juist een glas donderrode, wat tranende wijn ingeschonken en keek me verwachtingsvol aan. Ik moest er duidelijk iets zinnigs over zeggen, maar rode wijn is moeilijk! Ik rook rijp rood fruit, pruim, een beetje stal, vanille, leer, hout. En viooltjes dus. Hardop nadenkend kletste ik wat over zuidelijk Europa – maar zeker geen Italië – of de nieuwe wereld misschien, vanwege de zachte, ronde smaak, de zachte tannines, maar daar was hij eigenlijk te complex voor. En hoe zat het ook weer met viooltjes?
De Snuifdoos is een heerlijk ding: een mooi vormgegeven doos met 54 kleine flesjes met geuren die voor kunnen komen in wijn. Het is geweldig om te ontdekken welke geuren je ruikt in bepaalde wijnen of wat het effect is van houtrijping. Mijn eerste wijndocent pleitte voor een persoonlijk olfactorisch geheugen: voor hem rook een bepaalde wijn gewoon naar de appelzolder van zijn oma. En zo werkt het ook voor mij, er komen allerlei geurherinneringen voorbij als ik rustig proef en als het flesje met framboos onder mijn neus hangt, ben ik weer in de keuken van mijn oma. Soms oefenen de Wijnzuster en ik een avondje met ruiken: gewoon om de beurt een flesje onder de neus van de ander duwen en ruiken maar.
Maar die wijn met viooltjes dus. Echtgenoot J. werd steeds enthousiaster: ‘Dit wordt een interessant ABC!’ Hij kwam, toen ik er zelf niet uit kwam, met drie wijnen uit Italië – ik zat er dus per definitie helemaal naast – en ik koos ook nog de verkeerde. Deze zware jongen bleek een Sangiovese! Niks kersjes, rode besjes, beetje aards. Zo’n stevige Sangiovese had ik nog nooit gedronken, van deze kersen was op z’n minst jam gemaakt. Maar lekker was hij zeker! En echtgenoot J. en de boeken waren het niet me eens, maar die viooltjes rook ik toch echt.
We hadden een diner thuis: één gangetje met kleine L. en de rest met z’n tweeën. We hadden een glas crémant de Loire, bruschetta’s met tomaat/basilicum, uienmarmelade/pecorino en wat charcuterie, gevolgd door lamsboutjes met chique meiknolletjes. En Sangiovese dus. We sloten af met koffie-ijs (dat de hele dag had staan trekken), vers gebakken oublies en een beetje crème anglaise met kardemom (van de dooier die over was van het oubliebeslag). Dat was allemaal heel fijn.
Ik heb meiknolletjes in het restaurant leren kennen als ‘navetjes’ – meiknol is navet in het Frans. Ik ken eigenlijk verder niemand die ze eet, maar ik vind ze lekker. Ik kookte ze (per ongeluk iets te lang, ik had de kookwekker niet gehoord) en stoofde ze daarna kort in boter met knoflook en bestrooide ze met peterselie. Iets te gaar, maar toch lekker. Beetje kolig geurtje, met het penetrant-pittige van knoflook en het grassige van peterselie. Daar had ik geen Snuifdoos voor nodig.
Onderstaand recept is zo eenvoudig dat het eigenlijk geen recept te noemen is. Het is ook lekker met geblancheerde sperzieboontjes (in dat geval zou ik de peterselie weglaten) of broccoli (in dat geval zou ik de peterselie vervangen door geroosterd amandelschaafsel en een kneep citroen toevoegen). Ik denk eigenlijk dat alle groenten zo chique heel lekker zijn.

Chique navetjes (voor 2)
Een meiknolletje per persoon (of twee als ze klein zijn)
Een teentje knoflook
Een handje platte peterselie
Goede klont boter
Peper en zout
Zet een pan water op. Maak de meiknolletjes schoon, maar schil ze niet, dat paars is juist zo mooi. Snijd ze in partjes (wedges zijn mooi, ik krijg dat nooit goed vertaald) en kook ze een minuutje of 8 in goed gezouten water. Hak ondertussen de knoflook en de peterselie (apart van elkaar). Giet de navetjes af, laat ze even afkoelen (of helemaal, dat kan ook). Laat een goede klont boter smelten op laag vuur, voeg de knoflook toe tot hij begint te geuren en voeg dan de knolletjes toe. Laat aan beide kantjes zachtjes een paar minuten stoven – het hoeft niet te kleuren, alleen smaak te krijgen. Breng op smaak met peper en zout en bestrooi met peterselie. Eet lekker!

