‘Weet jij wat granaatappelmelasse is?’
‘Ja, hoezo?’
‘Nou, ik had laatst ergens Kisir gegeten en dat vond ik erg lekker. Maar daar moet dus granaatappelmelasse in en waar koop je dat? En hoe gebruik je dat? En hoe bewaar je dat?’
Voor ik het wist waren we in een diepgaand gesprek beland over het gebruik van granaatappelmelasse, de bereidingswijze van bulgur (koken, weken of besprenkelen?) en dacht ik de rest van de dag alleen nog maar aan mezzes, Perzische salades en muhamarra. Het kon niet anders: die avond maakte ik bulgur. In maart, toen corona net geland was hier, ontdekte ik dat ik een uitgebreide voorraad granen had: quinoa, bulgur, gort en verschillende soorten rijst en couscous. Ik besloot er een anti-hamster project van te maken en de granenvoorraad op te maken. Intussen heb ik al van alles gemaakt: van couscous met verse falafel en pasta met vegetarische balletjes van allerlei granen tot parelcouscous met chermoula en eierrijst met groene groenten. En bulgur dus.
Alle recepten die ik ooit las vonden dat het weer anders moest en ik vond het de ene keer te zompig en de andere keer brak ik mijn tanden op de harde korrels. In Honey & Co. wordt een vaste verhouding water/bulgur beschreven en dat is een fijne basis: 75 ml water/75 gram bulgur (90/75 als je grove bulgur gebruikt). Een scheut olijfolie en een goede snuf zout door het water, een kwartiertje afgedekt laten staan et voilà. En dan kun je er dus van alles mee maken. Deze nix-in-the-fridge bulgur maakte ik met wat ik kon vinden aan groenten in de koelkast en aan groen in de pluktuin. Maar het is ook lekker met geroosterde bataat of zacht gegaarde paprika, rauwe groenten zoals romaine sla en tomaat, met munt en peterselie, met walnoten, met pompoenpitten of een eitje… Ik bakte er een runderworstje bij en maakte van een restje witte kool een coleslaw. Die coleslaw erbij vormde geen combinatie, maar was op zichzelf wel lekker. Het vers gedraaide aardbeienijs dat volgde was zeker ook geen logische combinatie, maar absoluut wel verrukkelijk!

Bulgur met geroosterde groenten
150 gr grove bulgur
Handje groene kruiden (ik gebruikte dille, bieslook, lente-ui en knoflookbieslook uit de tuin)
Handje pijnboompitten
100 gr feta
2 sjalotten
4 tenen knoflook
1 venkelknol
3 flinke wortelen
Eetlepel za’atar
Olijfolie
Peper en zout
Citroen
Verwarm de oven voor op 200 ºC en zet een ketel water op. Snijd de uien en groenten in grove stukken, ontvel de knoflooktenen (snijd grote doormidden) en besprenkel ze met de za’atar, peper en zout. Giet er ruim olijfolie overheen en zorg dat alle groenten bedekt zijn met een laagje. Spreid uit op een bakplaat en bak een klein half uurtje in de oven. Doe de bulgur met een scheut olijfolie en zout in een schaal en giet er 150 ml kokend water op (of 180 als je grove bulgur gebruikt). Roer even door, dek af (met plastic folie of een bord) en zet een kwartiertje weg. Rooster de pijnboompitten, verkruimel de feta, hak de kruiden en doe alles in een schaal. Voeg na dat kwartiertje de gare bulgur toe en tenslotte de groenten met olie en specerijen. Meng, giet er nog een plensje olijfolie en een kneep citroensap over en breng goed op smaak. Genoeg voor twee personen en een restje voor de lunch van morgen. Eet lekker!

